Categorie: "Prehistorische dieren"

Ruim honderd pootafdrukken van mammoeten gevonden in Oregon

MammoetskeletIn de Amerikaanse staat Oregon zijn meer dan vijftig pootafdrukken van Amerikaanse mammoeten (Mammuthus columbi) gevonden. Afgaand op de pootafdrukken bestond de groep uit volwassen en jongvolwassen mammoeten en zelfs een baby-mammoet. Zij duwden hun poten zo’n 43.000 jaar geleden in de zachte ondergrond, zo schrijven onderzoekers in het blad Palaeogeography, Palaeoclimatology, Palaeoecology. Een specifiek, twintig meter lang spoor van pootafdrukken springt er voor paleontologen echt uit. “Deze afdrukken bevinden zich bijzonder dicht bij elkaar. De afdrukken aan de rechterzijde zijn bovendien dieper dan die aan de linkerzijde, alsof een volwassen mammoet mank liep,” vertelt onderzoeker Greg Retallack. Nabij de pootafdrukken van de volwassen mammoet werden ook twee kleinere verzamelingen pootafdrukken teruggevonden.

Primtieve spinnen uit Myanmar hadden een staartje

Illustratie: Dinghua Yang, Kansas University

SpiderTail_news4_BLPaleontologen hebben in een stuk barnsteen uit Myanmar spinnen van honderd miljoen jaar oud ontdekt. Wat gelijk opviel is dat de spinnen zijn uitgerust met een staartje. De vier gevonden exemplaren waren met een lengte van 5, 5 millimeter (2,5 millimeter lichaam en 3 millimeter staart) opvallend klein. De prehistorische diertjes delen wel veel kenmerken met moderne spinnen zoals acht vergelijkbare poten, kaken en een spintepel. Het grote verschil tussen de honderd miljoen jaar oude spinnetjes en de moderne spin moge duidelijk zijn: het staartje. Geen enkele ons bekende, nog levende spin heeft namelijk zo’n staart. De vondst suggereert dat de voorouders van moderne spinnen wél een staart hadden. Dat vermoeden ontstond enige tijd geleden al nadat onderzoekers spinachtige organismen uit het Devoon (380 miljoen jaar geleden) en Perm (290 miljoen jaar geleden) ontdekten.

Fossiel van ruim honderd jaar oude dino gevonden in Australië

Illustratie: P. Trusler

fossiel-van-ruim-honderd-miljoen-jaar-oude-dinosaurus-gevonden-bij-australiePaleontologen hebben bij de Straat Bass (Australië), het water tussen het Australische vasteland en Tasmanië, een fossiel van de Diluvicursor pickeringi gevonden. Dat is een dinosauriër die 113 miljoen jaar geleden Down Under rondliep. Het dier had twee poten, de vorm van een kalkoen en leefde van planten. D. pickeringi kon 2,3 meter lang worden. Het fossiele exemplaar werd gevonden in de bedding van een grote, oude en verdroogde rivier. Dit soort vondsten is volgens paleontologen van de University of Queensland in Brisbane uniek omdat in Australië hoogst zelden skeletten van dinosaurussen worden gevonden.

Nederlandse wetenschappers vinden fossielen van oeroude motten en vlinders

Nachtvlinderhoedspruit2Nederlandse wetenschappers hebben de tot nu toe oudste fossielen van motten en vlinders ontdekt. Met Duitse en Amerikaanse collega’s vonden Timo van Eldijk en Bas van de Schootbrugge van de Universiteit Utrecht resten die ruim zeventig miljoen jaar ouder zijn dan de oudste fossielen van bloeiende planten. En dat terwijl gedacht werd dat bloeiende planten en bestuivende insecten zo’n beetje samen waren geëvolueerd. Motten en vlinders blijken echter, in tegenstelling tot veel andere levensvormen, niet te zijn uitgestorven tijdens de overgang van het Trias-tijdperk naar het Jura (201 miljoen jaar geleden).

Fossiel van prehistorische reuzenpinguïn gevonden in Nieuw-Zeeland

Foto: G. Mayr/Senckenberg Research Institute

fossiel-van-prehistorische-reuzenpinguin-gevonden-in-nieuw-zeelandOnderzoekers hebben op expeditie in Nieuw-Zeeland de fossiele resten van een onbekende prehistorische reuzenpinguïn ontdekt. Het dier was bijna twee meter lang en woog naar schatting zo’n honderd kilo. De uitgestorven vogel leefde 55 tot 60 miljoen jaar geleden in de buurt van het huidige Christchurch, op het Nieuw-Zeelandse Zuidereiland. Dat blijkt uit een dinsdag gepubliceerde studie in het tijdschrift Nature Communications. Wetenschappers ontdekten de fossiele resten van de pinguïn in gesteenten bij een strand ten zuiden van Christchurch. Ze hebben de soort omgedoopt tot Kumimanu biceae. Daarmee was K. biceae veel groter dan de keizerspinguïn (Aptenodytes forsteri), de grootste pinguïnsoort die nu nog leeft.

Ook dinosauriërs hadden al last van teken

Foto: Peñalver et al., 2017, Nature Communications

89227_w844_r844-475_989fc8bTeken zijn tegenwoordig een bron van onaangename jeukplekken en extreem vervelende ziektes als Lyme. Maar de notoire parasieten kropen ook al rond toen de dinosauriërs nog over de aarde heersten. Wetenschappers hebben onlangs  in het blad Nature Communications namelijk een aantal teken beschreven, waaronder een tot dusver onbekende soort die naar de beroemde vampier Dracula is vernoemd. De beestjes zijn ontdekt in stukken barnsteen die afkomstig zijn uit Myanmar. De insecten dateren van 99 miljoen jaar geleden. In één fossiel houdt een teek een veertje vast. Die behoort vermoedelijk toe aan een gevederde dino uit het Krijt (145 tot 66 miljoen jaar geleden). Een exemplaar van de Deinocroton draculi, wat ‘verschrikkelijke Draculateek’ betekent, zat zo vol met bloed dat hij acht keer zo groot was als een hongerig zusje.

Gevederde dinosauriërs konden behoorlijk pluizig zijn

Illustratie: Rebecca Gelernter/University of Bristol

156832_webHet is al langer bekend dat het aloude beeld van dinosauriërs als louter geschubde oerdieren niet altijd correct is. Veel soorten waren namelijk vrijwel zeker met veren getooid. Nieuw onderzoek aan uitzonderlijk goed bewaard gebleven fossielen van de vogelachtige dino Anchiornis suggereren dat het uiterlijk van gevederde soorten zelfs heel opmerkelijk kon zijn. Tussen de contourveren (de veren die het lichaam bedekken) ontdekten de paleontologen zelfs nog een geheel nieuw type veer. De veer had een korte pen, waaruit lange ‘draden’ (ook wel baarden genoemd) ontsprongen. Dergelijke veren moeten Anchiornis een pluizig voorkomen hebben gegeven, zo stellen de onderzoekers.

Pasgeboren pterosauriërs konden nog niet vliegen

Illustratie: John Conway, Wikimedia Commons/CC BY-SA 3.0

266px-Coloborhynchus_piscator_jconwayPasgeboren pterosauriërs konden nog niet vliegen, maar wel al lopen. Die conclusie trekken onderzoekers in een pas verschenen paper nadat ze een verzameling van meer dan tweehonderd eieren van de vliegende reptielen bestudeerden. Het is best bijzonder dat er zoveel eieren geanalyseerd konden worden. Tot op heden zijn namelijk slechts een handjevol eieren van pterosauriërs onderzocht: drie uit Argentinië en vijf uit China. Hierdoor was het niet mogelijk om echt goede conclusies te trekken over het doen en laten van deze diergroep. Maar toen er 215 pterosauruseieren in China werden ontdekt, kon het onderzoek worden vervolgd. De onderzoekers gebruikten computertomografische scans om een kijkje te kunnen nemen in de eieren. Zestien stuks bevatte embryonale, maar niet meer compleet intacte resten. In het meest complete embryo ontdekten de paleontologen een deel van een vleugel en schedelbeenderen, waaronder een complete onderkaak. De belangrijkste conclusies: de ontwikkeling van een pterosauriër nam behoorlijk wat tijd in beslag (een jong dier was al twee jaar oud, maar nog steeds niet uitgegroeid) en de borstspier van een embryo was nog niet voldoende ontwikkeld om vliegen mogelijk te maken.

Prehistorische reuzenotter domineerde Chinese moerassen

Illustratie: Mauricio Anton

Siamogale-sceneSiamogale melilutra, een enorme otter die ongeveer het formaat had van een hedendaagse wolf en zo’n vijftig kilo op de weegschaal bracht, leefde zes miljoen jaar geleden in de moerassen van zuidwestelijk China en was waarschijnlijk een dominant en formidabel roofdier. Tot die conclusie komen paleontologen nadat ze de kaken van het prehistorische zoogdier hebben onderzocht. De gigant kon zelfs met gemak schelpdieren of de botten van vogels en andere zoogdieren fijnmalen. Dat is op zich opvallend, want voor hedendaagse otters geldt juist dat kleine soorten in relatief opzicht sterkere kaken hebben dan hun grotere verwanten.

Fossiele resten van oerbos gevonden op Antarctica

Foto: Lyubomir Ivanov, Wikimedia Commons/GPL

200px-HuronOp Antarctica zijn fossiele resten van een oeroud bos gevonden. Het woud bedekte circa 260 miljoen jaar geleden, dus nog voordat de dinosauriërs hun opwachting maakten op het evolutionaire toneel, delen van de Zuidpool. Destijds bestond de landmassa op aarde nog uit twee continenten, Gondwanaland in het zuiden en Laurazië in het noorden. Antarctica maakte, samen met gebieden als het huidige Zuid-Amerika, Afrika, India en Australië, deel uit van Gondwanaland. Het gebied was destijds warm en vochtig en werd bevolkt door mossen, varens en overwegend kleine dieren.