Categorie: "Prehistorische dieren"

Overbejaging leidde tot uitsterven Nieuw-Zeelandse zwarte zwanen

Hoewel de knobbelzwaan veruit de algemeenste zwanensoort in Nederland is, kom je op onze plassen, meren en sloten ook wel vaker zwarte zwanen tegen. Deze exoten komen van origine uit Australië en Nieuw-Zeeland. Tegenwoordig is het zelfs de enige inheemse zwanensoort op de eilanden, maar dat was ooit anders. Nieuw-Zeelandse wetenschappers kwamen na het bestuderen van fossielen uit de periode 1280-1800 tot de conclusie dat er vroeger twee zwanensoorten in Australië en Nieuw-Zeeland leefden. De uitgestorven soort, die de Maori-naam Poūwa heeft meegekregen, had een ander DNA en uiterlijk dan de zwarte zwanen die wij kennen. Zo was de uitgestorven soort groter en zwaarder. Daarnaast had de uitgestorven zwaan kortere vleugels en langere poten.

Kostbare tand van C. megalodon gestolen

Foto: WaParksWildlife/Twitter

Dieven hebben in Australië een kostbare tand van de prehistorische reuzenhaai Carcharocles megalodon gestolen. Deze enorme soort leefde tot ongeveer 1,6 miljoen jaar geleden en had qua uiterlijk vermoedelijk veel weg van de moderne witte haai. De fossiele tand verdween uit een nationaal park, berichten Australische media. De autoriteiten hadden de locatie van de tand uit voorzorg geheim gehouden. Het fossiel zat nog vast aan een rots in het Cape Range National Park. Met een hamer en beitel was de tand vermoedelijk in vijf tot tien minuten los te hakken, zei een lokale manager van de Department of Parks and Wildlife, de overheidsdienst die Australische natuurparken beheert.

Pterosauriërs stierven waarschijnlijk uit op hoogtepunt

Illustratie: Wikimedia Commons/CC BY-SA 3.0

Pterosauriërs waren in het dinotijdperk de onomstreden heersers van het luchtruim. Ze werden gelijk met de terrestrische reuzenreptielen van de aardbodem geveegd, hoogstwaarschijnlijk door de inslag van een grote planetoïde. Paleontologen namen altijd aan dat de ondergang van de pterosauriërs al voor de inslag in gang was gezet. De reden voor die aanname: er waren tot voor kort maar weinig fossiele resten van pterosauriërs uit het late Krijt gevonden. Maar een nieuw onderzoek veegt die conclusie op overtuigende wijze van tafel. In Marokko hebben onderzoekers namelijk honderden fossiele resten ontdekt van pterosaurussen die tegen het einde van het Krijt (oftewel rond 66 miljoen jaar geleden) leefden. De resten behoren toe aan zeven soorten pterosauriërs die tot drie verschillende families gerekend kunnen worden. De ontdekte pterosauriërs hadden spanwijdtes die uiteenliepen van twee tot bijna tien meter. De zwaarste soorten konden naar schatting wel tweehonderd kilo wegen. De fossiele resten zijn iets meer dan 66 miljoen jaar oud, wat betekent dat ze toebehoren aan enkele van de laatste pterosauriërs op aarde.

Prehistorisch kuikentje vloog nooit uit

Een recentelijk onderzocht fossiel van een heel klein kuiken geeft een beter beeld van de vroege ontwikkeling van vogels. Het wezentje werd gevonden in afzettingen bij Las Hoyas, een gebied op Spaans grondgebied dat ten tijde van de dinosauriërs een subtropische moerasregio was. Het gevonden prehistorische kuiken leefde ongeveer 127 miljoen jaar geleden. Het fossiel is grotendeels intact. De ledematen en het uiteinde van de staart zijn eigenlijk de enige elementen die ontbreken. Het schedeltje is deels geplet. Verre van perfect zou je dus zeggen, maar paleontologen vinden dat het skelet desondanks erg  goed bewaard is gebleven gezien de ouderdom van het stuk. Met een kop-staartlengte van 5 centimeter en een gewicht van 85 gram gaat het om een van de kleinste Mesozoïsche vogelfossielen die ooit zijn gevonden. De vondst is extra belangrijk en leerzaam omdat de jonge prehistorische vogelachtige nog volop in ontwikkeling was.

Genetisch onderzoek laat zien dat bos- en savanneolifant aparte soorten zijn

Het sterke vermoeden bestond al, maar nu is het ook een wetenschappelijk feit: er zijn drie olifantensoorten. Oorspronkelijk werd gedacht dat er maar twee soorten waren, namelijk de Afrikaanse en Aziatische olifant. De Afrikaanse bosolifant werd lange tijd gezien als een ondersoort van de beduidend grotere en morfologisch toch wel verschillende savanneolifant. Door het genoom van twee typen Afrikaanse en Aziatische olifanten en een aantal uitgestorven soorten zoals de wolharige mammoet en Amerikaanse mastodont onder de loep te nemen, wisten onderzoekers een uitgebreide olifantenstamboom te fabriceren.

Ruim honderd pootafdrukken van mammoeten gevonden in Oregon

In de Amerikaanse staat Oregon zijn meer dan vijftig pootafdrukken van Amerikaanse mammoeten (Mammuthus columbi) gevonden. Afgaand op de pootafdrukken bestond de groep uit volwassen en jongvolwassen mammoeten en zelfs een baby-mammoet. Zij duwden hun poten zo’n 43.000 jaar geleden in de zachte ondergrond, zo schrijven onderzoekers in het blad Palaeogeography, Palaeoclimatology, Palaeoecology. Een specifiek, twintig meter lang spoor van pootafdrukken springt er voor paleontologen echt uit. “Deze afdrukken bevinden zich bijzonder dicht bij elkaar. De afdrukken aan de rechterzijde zijn bovendien dieper dan die aan de linkerzijde, alsof een volwassen mammoet mank liep,” vertelt onderzoeker Greg Retallack. Nabij de pootafdrukken van de volwassen mammoet werden ook twee kleinere verzamelingen pootafdrukken teruggevonden.

Primtieve spinnen uit Myanmar hadden een staartje

Illustratie: Dinghua Yang, Kansas University

Paleontologen hebben in een stuk barnsteen uit Myanmar spinnen van honderd miljoen jaar oud ontdekt. Wat gelijk opviel is dat de spinnen zijn uitgerust met een staartje. De vier gevonden exemplaren waren met een lengte van 5, 5 millimeter (2,5 millimeter lichaam en 3 millimeter staart) opvallend klein. De prehistorische diertjes delen wel veel kenmerken met moderne spinnen zoals acht vergelijkbare poten, kaken en een spintepel. Het grote verschil tussen de honderd miljoen jaar oude spinnetjes en de moderne spin moge duidelijk zijn: het staartje. Geen enkele ons bekende, nog levende spin heeft namelijk zo’n staart. De vondst suggereert dat de voorouders van moderne spinnen wél een staart hadden. Dat vermoeden ontstond enige tijd geleden al nadat onderzoekers spinachtige organismen uit het Devoon (380 miljoen jaar geleden) en Perm (290 miljoen jaar geleden) ontdekten.

Fossiel van ruim honderd jaar oude dino gevonden in Australië

Illustratie: P. Trusler

Paleontologen hebben bij de Straat Bass (Australië), het water tussen het Australische vasteland en Tasmanië, een fossiel van de Diluvicursor pickeringi gevonden. Dat is een dinosauriër die 113 miljoen jaar geleden Down Under rondliep. Het dier had twee poten, de vorm van een kalkoen en leefde van planten. D. pickeringi kon 2,3 meter lang worden. Het fossiele exemplaar werd gevonden in de bedding van een grote, oude en verdroogde rivier. Dit soort vondsten is volgens paleontologen van de University of Queensland in Brisbane uniek omdat in Australië hoogst zelden skeletten van dinosaurussen worden gevonden.

Nederlandse wetenschappers vinden fossielen van oeroude motten en vlinders

Nederlandse wetenschappers hebben de tot nu toe oudste fossielen van motten en vlinders ontdekt. Met Duitse en Amerikaanse collega’s vonden Timo van Eldijk en Bas van de Schootbrugge van de Universiteit Utrecht resten die ruim zeventig miljoen jaar ouder zijn dan de oudste fossielen van bloeiende planten. En dat terwijl gedacht werd dat bloeiende planten en bestuivende insecten zo’n beetje samen waren geëvolueerd. Motten en vlinders blijken echter, in tegenstelling tot veel andere levensvormen, niet te zijn uitgestorven tijdens de overgang van het Trias-tijdperk naar het Jura (201 miljoen jaar geleden).

Fossiel van prehistorische reuzenpinguïn gevonden in Nieuw-Zeeland

Foto: G. Mayr/Senckenberg Research Institute

Onderzoekers hebben op expeditie in Nieuw-Zeeland de fossiele resten van een onbekende prehistorische reuzenpinguïn ontdekt. Het dier was bijna twee meter lang en woog naar schatting zo’n honderd kilo. De uitgestorven vogel leefde 55 tot 60 miljoen jaar geleden in de buurt van het huidige Christchurch, op het Nieuw-Zeelandse Zuidereiland. Dat blijkt uit een dinsdag gepubliceerde studie in het tijdschrift Nature Communications. Wetenschappers ontdekten de fossiele resten van de pinguïn in gesteenten bij een strand ten zuiden van Christchurch. Ze hebben de soort omgedoopt tot Kumimanu biceae. Daarmee was K. biceae veel groter dan de keizerspinguïn (Aptenodytes forsteri), de grootste pinguïnsoort die nu nog leeft.