Categorie: "Natuur in Nederland"

Vlinderstichting: aantal vlinders sinds 1992 met veertig procent gedaald

Het gaat nog altijd ”niet best” met de vlinders in Nederland. Dat constateert de Vlinderstichting in haar jaarverslag. De helft van de 47 soorten waarvan de stichting trends in kaart heeft gebracht, gaat achteruit. Sinds 1992 is het totale aantal vlinders met zo’n veertig procent gedaald, zo blijkt uit tellingen van de Vlinderstichting. Vrijwilligers houden op honderden vaste routes in het land wekelijks de vlinderstand bij. Uit hun waarnemingen blijkt dat 2017 een jaar van extremen was: goed voor sommige soorten, dramatisch voor andere.

Eerste knoflookpadden 2018 in NP De Meinweg

De regen en minder koude nachttemperatuur was voor veel amfibieën het signaal om vannacht aan de wandel te gaan. Dat resulteerde vandaag in goedgevulde emmers tijdens de controles die we in deze tijd van het jaar bij een aantal uitgerasterde poelen in NP De Meinweg. Het hoofddoel van het onderzoek is om te monitoren hoeveel en welke knoflookpadden (de beestjes zijn te herkennen aan hun per individu unieke rugtekening) naar het water en weer terug trekken. Tot nu toe hadden we dit jaar nog geen exemplaren gevangen, maar vandaag was het met vijf stuks wel raak.

Weer jonge otters in Nieuwkoopse Plassen

Foto: Natuurmonumenten

Er zijn weer jonge otters in de Nieuwkoopse Plassen gesignaleerd. Op camerabeelden van 5 februari is nog net te zien hoe licht weerschijnt in vier ogen van twee jonge otters. Boswachter John Pietersen van Natuurmonumenten is erg blij met de nieuwe otterjongen: “Het is ongelofelijk dat de zo lang afwezige soort sinds 2015 ieder jaar jongen weten te produceren. De otters voelen zich ontzettend thuis in de Nieuwkoopse Plassen.” De beelden zijn gemaakt met wildcamera’s die op meerdere plaatsen in het natuurgebied hangen.

Stadsmerel wordt ouder dan bosmerel

Foto: Malene Thyssen, Wikimedia Commons/CC BY-SA 3.0

Het is tegenwoordig zo’n algemene soort in onze stads- en dorpstuinen dat we eigenlijk niet meer weten dat de merel van oorsprong vooral een bosvogel is. Onderzoek van biologen van de Rijksuniversiteit Groningen toont aan dat er verschillen in gezondheid en levensverwachting bestaan tussen stadse merels en soortgenoten die in hun meer traditionele biotopen leven. Merels leven bijvoorbeeld langer in de stad. Dat komt hoogstwaarschijnlijk omdat er in steden vaak een overdaad aan voedsel beschikbaar is (de mens is wat betreft het benutten en consumeren van zijn voedsel een slordige soort) en minder roofdieren zijn. Tegelijkertijd zijn stadsmerels wel ongezonder dan hun in het bos levende soortgenoten.

Wolf gezien in Oost-Drenthe

Er lijkt voorlopig nog geen einde te komen aan de stroom wolven die zich vanuit Duitsland richting Nederland beweegt. Vorige week is namelijk een wolf gezien in het oostelijk deel van Drenthe. Het dier wandelde over akkers in de buurt van het dorp Barger-Compascuum. De waarneming is nu pas onthuld om de wolf voldoende rust te gunnen.

Weinig problematische confrontaties tussen mensen en grote grazers in Nederland

In de afgelopen tien jaar is het in natuurgebieden maar zeer sporadisch tot serieuze confrontaties gekomen tussen grote grazers en het publiek. Tussen 2006 en 2016 gebeurde het vijftien keer dat een treffen leidde tot behandeling in het ziekenhuis. Daarnaast was er nog een kleine honderd keer sprake van een ‘beangstigende ontmoeting’ met grote grazers die resulteerde in geen of slechts zeer licht letsel. Dat blijkt uit onderzoek in opdracht van ARK Natuurontwikkeling.

Alle mierensoorten in Nederland in kaart gebracht

Nederland telt momenteel 68 inheemse soorten mieren. Dit blijkt uit de Ecologische atlas van Nederlandse mieren die zaterdag is verschenen. Sinds de laatste mierenatlas uitkwam in 2004 zijn elf nieuwe inheemse soorten ontdekt. Het gaat vooral om verborgen levende soorten die door pas door intensief speuren zijn ontdekt, zoals bijvoorbeeld parasitaire soorten die alleen in de nesten van andere mierensoorten leven en vrijwel niet aan de oppervlakte komen. Voorbeelden hiervan zijn de steppemier en de puntschubmier. In het uiterste zuiden van Zuid-Limburg zijn de bergrenmier en de roodgele slankmier ontdekt. Dankzij de opwarming van het klimaat kan ook de warmteminnende muurmier in Nederland leven.

Fraaie lentedag vol reptielen en amfibieën

Gezien het fraaie lenteweer en de mindere vooruitzichten voor de komende dagen, vond ik het vandaag hoog tijd voor de eerste herpetologische struintocht van het nieuwe seizoen. Gelukkig stelde de Meinweg ook vandaag weer niet teleur. Het begon met mijn eerste adder van 2018, een prachtig, bijna goudgeel mannetje dat languit lag te genieten van het verkwikkelijke voorjaarszonnetje. Het vroege voorjaar vind ik eigenlijk de mooiste periode om adders te spotten. De dieren zijn, net uit de winterrust ontwaakt, nog niet zo schichtig omdat ze elke zonnestraal hard nodig hebben om op temperatuur te komen en het sperma in hun lichaam te laten rijpen. Hierdoor zijn ze een stuk beter benaderbaar dan in de warmere maanden. Je kunt in de vroege lente vaak op een kleine halve meter van een adder gaan zitten zonder dat de dieren aanstalten maken om weg te kruipen.

Oranje plooislak na 21 jaar weer gezien in Noordzee

Foto: Bernard Picton, Wikimedia Commons/CC BY-SA 4.0

Onlangs is bij Ouddorp, op een duiklocatie bij het Noordzeestrand, een oranje plooislak (Ancula gibbosa) gezien. Deze soort is in de tweede helft van de vorige eeuw nog regelmatig waargenomen in de Noordzee, bij onder meer Vlissingen, Den Helder en Texel. Maar na 1997 is het beestje nooit meer in ons land gezien. Er werd zelfs gevreesd dat deze zeenaaktslak was uitgestorven. Een Belgische sportduiker ontdekte het exemplaar bij de Brouwersdam en wist het te fotograferen, zo meldt de site Nature Today.

Hulp voor wilde bijen

De Nederlandse wilde bij is in gevaar. De helft van alle 358 soorten is bedreigd. Om het tij te keren en de wilde bij een handje te helpen, vindt vrijdag en zaterdag voor het eerst de Bijenwerkdag plaats, georganiseerd door het project Nederland Zoemt. De grootste bedreigingen waarmee de wilde bij te kampen heeft zijn gebrek aan voedsel en nestgelegenheid. Dit is een direct gevolg van de intensieve grootschalige landbouw, de verstedelijking en het strakker en efficiënter beheer van het groen. Bijen worden niet blij van gazons die eruitzien als biljartlakens en bermen waaruit alle bloemen zijn verdwenen. Twee dagen lang gaan in heel Nederland vrijwilligers aan de slag om het aantal nestgelegenheden voor wilde bijen te vergroten.