Categorie: "Natuur in Nederland"

Steppekiekendief broedt voor het eerst in Nederland

Foto: Mprasannak, Wikimedia Commons/CC BY-SA 4.0

Pallid_Harrier_MaleEen vrijwilliger van de Werkgroep Grauwe Kiekendief heeft in de provincie Groningen een nest van de steppekiekendief (Circus macrourus) gevonden. Een bijzondere ontdekking, want het is voor zover bekend pas de eerste keer dat deze roofvogelsoort in Nederland broedt. De locatie is zorgvuldig geheim gehouden zodat de steppekiekendieven in alle rust konden broeden. Er zijn uiteindelijk vier jongen grootgebracht en uitgevlogen. Het broedgeval is extra bijzonder omdat het om twee zuivere steppekiekendieven gaat.

Kleine sachembij terug van weggeweest in Nederland

Foto: Ivar Leidus, Wikimedia Commons/CC BY-SA 4.0

Anthophora_bimaculata_-_Jasione_montana_-_TallinnNa 44 jaar is de kleine sachembij (Anthophora bimaculata) weer in Nederland gezien. Het betrekkelijk kleine bijtje werd voor het laatst gevonden in 1973. In Belgisch-Limburg was het diertje in recente jaren al vaker gezien, en nu lijkt de kleine sachembij dus ook de weg naar Nederland te hebben gevonden. Dit meldt het insectenkenniscentrum EIS op de website NatureToday. De kleine sachembij is een opvallende verschijning door zijn groene ogen. Het beestje is slechts 8 à 9 milimeter groot en heeft duidelijke witte bandjes op het achterlijf. Het mannetje heeft felgroene ogen en een geel gezicht, het vrouwtjes heeft grijsgroene ogen en een kleinere gele vlek op de kop. Sachembijen zijn snelle vliegers die een hoge zoemtoon produceren tijdens het vliegen. Halverwege de twintigste eeuw was de kleine sachembij nog een doodnormale verschijning in Oost- en Zuid-Nederland.

Papegaaiduiker gevonden in Egmond aan Zee

Foto: Richard Bartz, Wikimedia Commons/CC BY-SA 3.0

Papageitauche_Fratercula_arctica_02Afgelopen vrijdag is in Egmond aan Zee een papegaaiduiker (Fratercula arctica) gevonden. De  verzwakte vogel is overhandigd aan een medewerker van natuurcentrum Ecomare op Texel, de plekwaar de papegaaiduiker voorlopig wordt verzorgd. Dierenambulance Noord-Kennemerland (DANK) schreef zaterdag op haar Facebookpagina over de zeldzame vondst. Volgens DANK was de papegaaiduiker verzwakt en vermagerd toen ze hem vonden. Nadat het beestje kon genieten van een ‘goede nachtrust’, werd de vogel afgeleverd bij de veerdienst in Den Helder. Papegaaiduikers broeden niet in Nederland en blijven ook in de winter meestal ver bij ons uit de kust.

Nieuw soort lieverheersbeestje in Nederland

Gilles San Martin, Wikimedia Commons/CC BY-SA 2.0

Cynegetis_impunctata_(14396597837_cropped)Een nieuw soort lieveheersbeestje is in Nederland neergestreken. Vincent Kalkman van EIS Kenniscentrum Insecten vertelde zondagmorgen in het radioprogramma Vroege Vogels dat in Friesland en Ommen populaties zijn gevonden van het ongestippeld lieveheersbeestje (Cynegetis impunctata). Kalkman zei dat onduidelijk is of de soort, die ook vaak ongevleugeld lieveheersbeestje wordt genoemd, zich pas recentelijk in Nederland heeft gevestigd of dat het lieveheersbeestje lange tijd door onderzoekers over het hoofd is gezien.

Veel wilde bijen in de problemen

Bijinbloem-150x150De afgelopen winter is zo’n veertien procent van de tachtigduizend honingbijenvolken in Nederland gesneuveld, zo blijkt uit onderzoek van Naturalis, Wageningen University en imkers. Voor honingbijen is, naast verslechterde leefomstandigheden, een parasitaire mijt de belangrijkste doodsoorzaak. “Maar imkers zijn gelukkig wel steeds beter getraind in het terudringen van de mijten”, stelt coördinator Frank Moens van de Nederlandse Bijenhouders Vereniging (NBV). De honingbij is slechts één van de 358 bijensoorten in Nederland en de enige bij die zonder de mens niet in het wild kan leven. Maar ook met veel wilde bijen gaat het niet goed: 188 van de 357 soorten staan te boek als bedreigd en prijken dan ook op de Rode Lijst. Volgens insectenkenniscentrum EIS is die teloorgang vooral te wijten aan veranderingen in de landbouw die na de Tweede Wereldoorlog massaal hun intrede hebben gedaan. Schaalvergroting, de afname van het aantal bloemrijke weiden, het verdwijnen van kleine landschapselementen en een doorgeschoten hang naar netheid in het buitengebied zijn allemaal nefast voor wilde bijen.

Jonge zeehondjes minder kwetsbaar dan vaak gedacht

Foto: Brocken Inaglory, Wikimedia Commons/CC BY-SA 3.0

220px-Harbor_seal_is_nurcing_at_Point_LobosOngeveer de helft van alle huilers zit eigenlijk onterecht in opvangcentrum Pieterburen. De reden: van jonge, huilende zeehondjes die alleen op het strand liggen wordt veel te snel gedacht dat ze zijn verlaten door hun moeder. Uit nieuw onderzoek blijkt dat het soms wel acht uur of langer kan duren voordat de moeder terugkeert bij haar pup. En áls het een keer wat langer duurt, wordt het jong vaak door een andere zeehondenmoeder gezoogd, schrijft dagblad Trouw. De reflex om op het eerste gezicht verlaten zeehondenjongen gelijk naar een opvangcentrum te brengen, komt dus eigenlijk voort uit kennisgebrek en de ‘disneyficering’ van de natuur. Volgens gedragsbioloog Ton Groothuis (Rijksuniversiteit Groningen) is het meestal veel beter om de zeehondjes gewoon te laten liggen: “De pups zijn veel minder kwetsbaar dan we vaak denken.” Samen met studenten volgde Groothuis twee jaar lang zo’n 400 zeehonden en hun pups in de Dollard.

Kikkers hebben last van droogvallende poelen

PoelkikkervrouwMei en juni waren in onze contreien zeer droge, warme en zonnige maanden. Ideaal voor de terrasjesmensen onder ons, maar veel minder fijn voor vochtminnende dieren als kikkers, padden en watersalamanders. Stichting Ravon heeft dan ook al veel meldingen binnengekregen over drooggevallen poelen waarin jonge amfibieën hun metamorfose van larf naar juveniel niet goed hebben kunnen voltooien. Amfibielarven kunnen van maart tot en met augustus in poelen rondzwemmen. Valt een poel voor die tijd droog, dan gaat er een nieuwe generatie verloren. Vooral soorten die wat later in het voorjaar hun eieren afzetten, zoals groene kikkers (zie foto), rugstreeppadden en salamanders, kunnen hier last van hebben. Alleen de rugstreeppad is deels ingesteld op plotselinge droogteperioden: dit dier kan versneld in metamorfose gaan wanneer de poel dreigt uit te drogen.

Stierslangen planten zich voort in Nederland

Foto: Wikimedia Commons/publiek domein

Bull_snakeOnlangs maakten we op dit weblog al melding van Noord-Amerikaanse stierslangen die rondkruipen in de Zuid-Hollandse duinen. Nu blijkt dat de soort zich inmiddels ook voortplant op Nederlandse bodem. Walter Getreuer van Reptielenzoo Serpo ontdekte dat een stierslang zwanger was en afgelopen weekeinde eitjes heeft gelegd. De stierslang wordt steeds vaker gezien in de duinen, bijvoorbeeld in de omgeving van Wassenaar. Bovendien zijn er bij Serpo ook al meerdere exemplaren binnengebracht. Volgens Getreuer heeft het er alle schijn van dat iemand een behoorlijk aantal exemplaren heeft losgelaten in de Zuid-Hollandse duinen.

Nieuw natuurgebied Marker Wadden in trek bij broedvogels

Foto: Wikimedia Commons/CC BY-SA 4.0

Markerwad-01bCirca tweeduizend vogels zijn dit jaar neergestreken in het nieuwe natuurgebied Marker Wadden om hun eieren uit te broeden. Het gaat onder meer om in Nederland zeldzame soorten als de dwergstern en de strandplevier. Ook andere pleviersoorten, visdieven, kokmeeuwen, kluten en tal van andere vogels hebben de Marker Wadden als broedplek ontdekt. ”Het grote voordeel van zo’n plek als de Marker Wadden is dat hier weinig verstoring is en er nog nauwelijks natuurlijke vijanden rondwaren”, stelt  een boswachter van Natuurmonumenten.

Voor Nederland nieuwe garnalensoort gevonden in Oosterschelde

Foto: Stichting ANEMOON

88105_w818_r818-460_ebb5b37Voor de kust van de Oosterschelde is door sportduikers en vrijwilligers van Stichting ANEMOON een nieuwe garnalensoort ontdekt. Het kleine beestje luistert naar de wetenschappelijke naam Philocheras fasciatus. Tot nu toe is er slechts één exemplaar van de soort in Nederlandse wateren aangetroffen. Sportduikers vonden de garnaal in de noordelijke Oosterschelde bij Zierikzee, enkele tientallen meters ten oosten van de Zeelandbrug en op een diepte van circa vijf meter. Het diertje is nog geen twee centimeter groot is en verstopt zich graag in het slib van de Oosterschelde om roofdieren uit de weg te gaan. De garnaal valt op door de stompe kop en het witte achterlijf met meerdere donkere dwarsbanden, een patroon dat sterk afwijkt van dat van de andere garnalensoorten die in de Oosterschelde leven.