Categorie: "Natuur en wetenschap"

Prehistorisch kuikentje vloog nooit uit

Een recentelijk onderzocht fossiel van een heel klein kuiken geeft een beter beeld van de vroege ontwikkeling van vogels. Het wezentje werd gevonden in afzettingen bij Las Hoyas, een gebied op Spaans grondgebied dat ten tijde van de dinosauriërs een subtropische moerasregio was. Het gevonden prehistorische kuiken leefde ongeveer 127 miljoen jaar geleden. Het fossiel is grotendeels intact. De ledematen en het uiteinde van de staart zijn eigenlijk de enige elementen die ontbreken. Het schedeltje is deels geplet. Verre van perfect zou je dus zeggen, maar paleontologen vinden dat het skelet desondanks erg  goed bewaard is gebleven gezien de ouderdom van het stuk. Met een kop-staartlengte van 5 centimeter en een gewicht van 85 gram gaat het om een van de kleinste Mesozoïsche vogelfossielen die ooit zijn gevonden. De vondst is extra belangrijk en leerzaam omdat de jonge prehistorische vogelachtige nog volop in ontwikkeling was.

Nieuw beerdiertje ontdekt in Japan

Foto: PLoS ONE

Wetenschappers hebben op een Japanse parkeerplaats een nieuw soort beerdiertje ontdekt. Ze ontdekten de nieuwe soort toen  ze zich over een stukje mos bogen dat ze van een Japanse parkeerplaats hadden verwijderd. In het mos troffen ze zo’n tien beerdiertjes aan. De onderzoekers stelden de beerdiertjes in het laboratorium in staat om zich te vermenigvuldigen, om zo meer exemplaren te verkrijgen voor onderzoek en analyse. Die analyse wees uiteindelijk uit dat de onderzoekers een nieuwe soort in handen hadden. Het zijn vooral de eieren die deze soort legt die in het oog springen. Die eieren hebben een vast oppervlak en zijn bedekt met lange, flexibele ‘draden’ die een beetje doen denken aan tentakels. Waarschijnlijk zorgen die draden ervoor dat de eieren zich goed hechten aan het oppervlak waarop ze worden afgezet, zo schrijven de onderzoekers in het blad PLoS ONE.

Ruim 1,5 miljoen adeliepinguïns ontdekt op Zuidpooleilanden

Foto: Stan Shebs, Wikimedia Commons/CC BY-SA 3.0

Wetenschappers hebben in Antarctica een grote groep van 1,5 miljoen adeliepinguïns ontdekt. Deze kleine pinguïns worden niet groter dan een centimeter of zestig. Tot nu toe had niemand deze groep ooit gezien. De vogels leven namelijk op de Danger Islands, een afgelegen en moeilijk bereikbare eilandengroep ten zuiden van de Falklandeilanden. De aanwezigheid van de pinguïns viel op toen onderzoekers van de Amerikaanse Stony Brook University talloze guanovlekken (gedroogde poep) op satellietbeelden zagen. Met behulp van een drone ontdekten zij daarna honderdduizenden pinguïnpaartjes. In totaal telde de computer precies 751.527 koppeltjes.

Chimpansees en bonobo’s gebruiken dezelfde gebarentaal

Chimpansees en bonobo’s blijken dezelfde taal te spreken. De twee mensaapsoorten die het meest verwant zijn aan ons blijken veel gelijkaardige  gebaren te gebruiken die in de communicatieve praktijk hetzelfde betekenen. Dat blijkt uit een onderzoek dat is gepubliceerd in het Amerikaanse Plos Biology. De onderzoekers sluiten niet uit dat mensen de gebaren ook kunnen begrijpen. De gebaren van een bonobo en een chimpansee komen voor ongeveer negentig procent overeen. De betekenis van de gebaren wordt door de onderzoekers bepaald door te kijken naar de reactie die het uitlokt. Zo hebben ze vast kunnen stellen dat de mensapen nagenoeg dezelfde taal gebruiken.

Koningspinguïns in de problemen door klimaatverandering

Foto: Ben Tubby, Wikimedia Commons/CC BY 2.0

Verhuizen of doodgaan. Voor die keuze zullen de meeste wilde koningspinguïns (Aptenodytes patagonicus) de komende decennia komen te staan. Gebieden die geschikt zijn voor het vestigen van een kolonie en het grootbrengen van nageslacht moeten namelijk aan een aantal belangrijke voorwaarden voldoen. Zo moet de temperatuur er het jaar rond gunstig zijn, mag de plek niet permanent omringd worden door zee-ijs en moet de broedplek een zand- of kiezelstrand bezitten. Maar de belangrijkste eis is dat er in de buurt veel voedsel te vinden is, zodat de pinguïns hun jongen kunnen voeden. Wat betreft de aanvoer van voedsel zitten de zeevogels al decennialang gebakken. Het Antarctic Polar Front brengt enorme hoeveelheden vis naar de pinguïns toe. Maar door toedoen van klimaatverandering is dit front zich langzaam maar zeker aan het verplaatsen: het drijft weg van de pinguïns, waardoor de vogels steeds grotere afstanden moeten afleggen om hun voedsel te bereiken en hun jongen dus ook steeds langer op dat voedsel moeten wachten. Op dit moment is er nog geen sprake van een onoverkomelijk probleem. Maar dat gaat veranderen, zo voorspellen de onderzoekers in het blad Nature Climate Change. Al vrij snel zal zo’n zeventig procent van de pinguïns langer onderweg zijn om voedsel te halen dan hun jongen zonder voedsel kunnen.

Genetisch onderzoek laat zien dat bos- en savanneolifant aparte soorten zijn

Het sterke vermoeden bestond al, maar nu is het ook een wetenschappelijk feit: er zijn drie olifantensoorten. Oorspronkelijk werd gedacht dat er maar twee soorten waren, namelijk de Afrikaanse en Aziatische olifant. De Afrikaanse bosolifant werd lange tijd gezien als een ondersoort van de beduidend grotere en morfologisch toch wel verschillende savanneolifant. Door het genoom van twee typen Afrikaanse en Aziatische olifanten en een aantal uitgestorven soorten zoals de wolharige mammoet en Amerikaanse mastodont onder de loep te nemen, wisten onderzoekers een uitgebreide olifantenstamboom te fabriceren.

DNA verraadt waarom vampiervleermuizen kunnen leven van bloed

Foto: Wikimedia Commons/CC BY-SA 3.0

Vampiervleermuizen zijn dieren wier dieet exclusief uit bloed bestaat. Maar hoe is hun lichaam hierop aangepast, zeker als je bedenkt dat de meeste andere vleermuizen insecten, fruit of nectar eten? Bovendien is bloed een relatief suiker- en vitaminearme voedingsbron die ook nog eens gevaarlijke virussen kan bevatten. Onderzoek naar het genoom en uitwerpselen van de vampiers toont aan dat de spijsverteringsorganen van de dieren talloze gespecialiseerde bacteriën bevatten. Bovendien beschikt het dier over verscheidene bijzondere genen die een ‘bloeddieet’ faciliteren.

Nieuwe bedreiging voor koraalriffen ligt op de loer

Foto: Bruno de Giusti, Wikimedia Commons/CC BY-SA 2.5 it

Koraalriffen hebben het door verbleking, opwarming en vervuiling al enorm zwaar in het huidige tijdsgewricht. Maar in de niet al te verre toekomst krijgen ze er nog een enorm probleem bij: erosie. Kraalerosie hangt nauw samen met de verzuring van het zeewater. Omdat oceanen de door mensen geproduceerde CO2 uit de atmosfeer absorberen, wordt de pH-waarde van zeewater steeds lager. Eén van de negatieve effecten is dat koraal minder snel groeit in een verzuurde oceaan. Maar uit nieuw onderzoek blijkt nu dat de verzuring van de oceaan kan leiden tot erosie op koraalriffen. En als de erosie van koraalriffen sneller verloopt dan de opbouw ervan, is het maar de vraag hoe lang koraalriffen nog kunnen voortbestaan. De onderzoekers stellen dat koraalriffen al binnen dertig jaar te maken kunnen krijgen met serieuze erosie.

Vogels kunnen onthullen hoe dinosauriërs liepen

Het is een vraag die heel wat biologen, paleontologen en filmmakers bezighoudt: hoe liepen dinosauriërs? Je kunt kijken naar fossielen en pootafdrukken, maar dat blijft grotendeels speculeren. Australische onderzoekers gooiden het over een andere boeg en deden een bepaald niet diervriendelijk onderzoek naar vogels, de nauwste nog levende verwanten van de uitgestorven oerreptielen. De onderzoekers verzamelden twaalf soorten vogels die niet of nauwelijks kunnen vliegen. Hun lichaamsmassa liep sterk uiteen: van de 45 gram wegende Chinese bergkwartel tot een 80 kilo wegende struisvogel. Speciale platen op de grond maten hoeveel druk de dieren op de ondergrond uitoefenden.. “De vogels bewogen over de racebaan en de platen met een zelfgekozen snelheid,” zo schrijven de onderzoekers in hun paper. “Hoewel er soms wat aanvullende motivatie nodig was, zoals het maken van luide geluiden.” Na afloop van het experiment werden alle vogels gedood en werd hun rechterpoot ontleed voor nader onderzoek.

Zeekat zet stekels op vanuit het niets

Foto: Richard Ling, Wikimedia Commons/CC BY-SA 2.0

De zeekat Sepia apama heeft normaliter een gladde huid. Tot het weekdier zich bedreigd voelt. Dan verschijnen op de huid razendsnel en schijnbaar vanuit het niets driedimensionale stekels die hij zeker een uur overeind kan houden. De stekels zorgen ervoor dat de zeekat – die tot de familie der inktvissen behoort– wat wegheeft van koraal en letterlijk één wordt met zijn omgeving. Is het gevaar geweken? Dan verdwijnen de stekels nog sneller dan ze gekomen zijn en zwemt de zeekat rustig weg. Het tafereel is vastgelegd op video en recentelijk nader onderzocht door een wetenschapsteam onder leiding van onderzoeker Paloma Gonzalez-Bellido. De truc van de zeekat is te herleiden naar spieren in de papillen, de officiële naam voor de ‘stekels’. Die spieren doen iets wat we voornamelijk kennen van kokkels en andere tweekleppigen. De spieren trekken bij dreiging samen en ontspannen pas zodra er een chemisch signaal in de vorm van een neurotransmitter vrijkomt.