Categorie: "Natuur en wetenschap"

Reuzenwombats migreerden vele kilometers per jaar

Illustratie: Dmitry Bogdanov, Wikimedia Commons/CC BY 3.0

266px-Diprotodon11122De reuzenwombats (het geslacht Diprotodon)) die circa 300.000 jaar geleden het gebied bewandelden dat we nu Australië noemen, migreerden elk jaar over grote afstanden. De buideldieren legden op jaarbasis zo’n tweehonderd kilometer af. Opmerkelijk, want het zijn de eerste buideldieren waarvan bekend is dat ze jaarlijks migreerden. Paleontologen bestudeerden bij hun onderzoek enkele fossielen van reuzenwombats. Ze boorden gelijkmatig gaatjes in de tanden van de dieren en voerden een chemische analyse op de fossielen uit.

Guppy’s hebben sterk verschillende persoonlijkheden

Foto: Marrabbio2, Wikimedia Commons/CC BY-SA 3.0

220px-Guppy_coppia_giallaEen nieuwe studie van wetenschappers van de Britse University of Exeter wijst uit dat guppies, toch dieren met een zeer bescheiden brein, individuele persoonlijkheden hebben. Individuele vissen van de soort Poecilia reticulata reageren zeer verschillend op stressvolle situaties, zoals de aanwezigheid van roofdieren in hun leefomgeving. Sommige guppy’s vluchten, anderen verstoppen zich, terwijl weer andere dieren de dreiging juist lijken te willen onderzoeken. De onderzoekers onderzochten de persoonlijkheid van de vissen door ze in verschillende aquariums te plaatsen.

Plantenetende dino’s hadden waarschijnlijk veelzijdiger dieet dan gedacht

Illustratie: Wikimedia Commons/CC BY 2.5

Edmontosaurus_BWLang niet alle grote herbivoren uit de dinowereld aten alleen maar planten. Bepaalde grote planteneters aten hoogstwaarschijnlijk ook – welbewust – kreeftachtige diertjes. Amerikaanse wetenschappers trekken die conclusie nadat ze gefossiliseerde uitwerpselen van dinosaurussen die ooit in Montana rondliepen, bestudeerden. De uitwerpselen behoorden waarschijnlijk toe aan plantenetende hadrosauriërs. En in die uitwerpselen troffen de onderzoekers naast rottend hout ook verrassend veel resten van schaaldieren aan. Maar hoe weten paleontologen dat de reuzenreptielen de dieren niet per ongeluk naar binnen hebben gewerkt?

Ook kwallen hebben af en toe een dutje nodig

Foto: Cassiopea andromeda, Raymond Spekking, Wikimedia Commons/CC BY-SA 4.0

Cassiopea_andromeda_-_MangrovenqualleOok kwallen – organismen die tot de oudste diergroepen op aarde behoren – hebben slaap nodig. Dat blijkt uit een onderzoek van het California Institute of Technology, een studie die is gepubliceerd in Current Biology. Wetenschappers hadden eerder al vastgesteld dat sommige andere ongewervelde dieren, zoals fruitvliegjes en wormen dat deden. Maar nu is ook duidelijk dat leden van het primitieve kwallengeslacht Cassiopea graag een uiltje knappen. “De bevindingen wijzen erop dat zelfs deze dieren zonder centraal zenuwstelsel moeten slapen. Dat betekent dat slaap een van de oudste gedragstoestanden is, diepe evolutionaire wortels heeft in de afstamming der soorten”, stelt onderzoeksleider Ravi Nath.

Gehoor van kerkuilen blijft ook op hoge leeftijd goed

Foto: Peter Trimming, Wikimedia Commons/CC BY 2.0

Tyto_alba_-British_Wildlife_Centre,_Surrey,_England-8a_(1)Een van de nadelen van menselijke ouderdom is dat je gehoor met het verstrijken der jaren geleidelijk aan achteruit gaat, zeker in een lawaaierige maatschappij als de onze. Kerkuilen hebben dit probleem blijkbaar niet. Een Duits onderzoek heeft namelijk aangetoond dat bejaarde kerkuilen horen hoge en lage tonen nog even goed waarnemen als hun jonge soortgenoten. De cellen in de binnenoren van de dieren blijven zich op latere leeftijd waarschijnlijk steeds vernieuwen. De wetenschappers trainden zeven kerkuilen (variërend in leeftijden van twee tot drieëntwintig jaar) om van de ene plek naar de andere plek te vliegen na het horen van een pieptoon. Na elke vlucht werden de vogels beloond met voedsel. Uiteindelijk werd het gehoor van de uilen getest door de toonhoogte van de pieptoon steeds wat aan te passen.

Prehistorische kikker Beelzebufo at jonge dinosauriërs

Foto: Nobu Tamura, Wikimedia Commons/CC BY 3.0

naamloosKikkers en padden zijn, op een paar uitzonderingen na, tegenwoordig meestal dieren van bescheiden formaat. Toch zijn het bijna allemaal wel echte rovers, die bijna alles opslokken wat in hun bek past. Recent onderzoek toont aan dat de prehistorische kikker Beelzebufo zelfs in staat was om babydinosauriërs te verorberen. De kaken van de uitgestorven amfibiesoort waren zelfs sterk genoeg om de botten van jonge dinosaurussen te breken. Dat blijkt uit bijtkrachtmetingen bij moderne kikkers die nauw verwant zijn aan Beelzebufo. De eerste fossielen van de uitgestorven kikkersoort werden in 2007 ontdekt. Het dier was kan met een lengte van 45 centimeter en een gewicht van circa 4,5 kilo gerust een reuzenkikker worden genoemd. De oeramfibie leek veel op de moderne Zuid-Amerikaanse hoornkikkers, die door hun ronde kop en brede bek soms ook wel ‘pacman-kikkers’ worden genoemd. Om meer zicht te krijgen op de bijtkracht van Beelzebufo, lieten Australische wetenschappers verschillende hoornkikkers bijten in een zelfgemaakt meetinstrument; een met leer bedekte plaat vol elektroden.

Wolf kan beter causaal rdeneren dan hond

Wolf1-300x201Een wolf kan beter causaal redeneren dan een hond. Dat blijkt uit meerdere experimenten van  biologiestudente Michelle Lampe van de Nijmeegse Radboud Universiteit. Lampe werkte met veertien honden en twaalf gesocialiseerde wolven die onder precies dezelfde omstandigheden leven in het Wolf Science Center in Oostenrijk. Daarnaast zette ze tijdens het onderzoek twaalf huishonden in. Tijdens de experimenten zat Lampe achter een tafel met naast haar twee objecten. In één object zat voedsel, in het andere niets. De onderzoeker gebruikte drie verschillende soorten aanwijzingen en keek of de dieren de hints oppikten. De gegeven aanwijzingen kunnen worden ingedeeld in drie categorieën: communicatieve (oogcontact en wijzen naar het voedsel), contactloze (bijvoorbeeld een reikbeweging) en causale aanwijzingen. In het laatste geval moeten de honden en wolven aan de hand van fysieke karakteristieken beredeneren in welk object het voedsel zit.

Steeds minder oude vissen in de zee

Foto: Albert Kok, Wikimedia Commons/publiek domein

300px-Merou5De overbevissing van de wereldzeeën heeft een duidelijke invloed op de opbouw van veel huidige vispopulaties. Een nieuwe studie van wetenschappers van de University of Washington laat namelijk zien dat oude vissen steeds zeldzamer worden. De reden laat zich raden: oude vissen worden het eerst buitgemaakt door vissers omdat ze het meeste opbrengen. Door die ontwikkeling bestaan steeds meer vispopulaties vooral uit jonge en halfwassen dieren. Waarschijnlijk gaan veel vissoorten door deze ontwikkeling problemen krijgen bij de voortplanting. De onderzoekers verzamelden hun informatie door de vangsten van tientallen visbedrijven na te gaan en eerdere studies naar de leeftijdssamenstelling van vissen te analyseren. De leeftijd van vissen kan worden bepaald door de zogenaamde otolieten (een soort steentjes) in het binnenoor te bestuderen.

Eerste primaten waren topacrobaten

Foto: Douglas Boyer, Duke University

dukeHet is al langer bekend dat de voorouders van moderne primaten (halfapen, apen, mensapen en mensen) het grootste deel van hun leven in de bomen doorbrachten. De algemene aanname was dat die vroege primaten zich vrij langzaam voortbewogen in hun leefgebied boven de grond. Een 52 miljoen jaar oud, in Frankrijk gevonden enkelbotje van een vroege primaat lijkt dat beeld echter te weerspreken en suggereert dat onze voorouders ware acrobaten waren die imposante sprongen konden maken. De enkel van  de zogenoemde Donrussellia provincialis leek helemaal niet op die van andere primaten, maar had meer weg van de enkel van een boomspitsmuis. Bovendien wijst de anatomie er sterk op dat de primaat niet op en langs kleine takken klauterde en trippelde, maar in staat was om van stammen naar takken te springen.

Vleermuis heeft moeite met het ‘zien’ van huizen en bruggen

VleerhondhoedspruitHet gebeurt zeker niet aan de lopende band, maar af en toe worden er wel levenloze vleermuizen gevonden naast huizen. Sommige onderzoekers denken dat dit komt omdat vleermuizen door de mens gemaakte obstakels zoals huizen en bruggen niet altijd goed herkennen. Als rasechte nachtdieren vertrouwen vleermuizen niet op hun ogen, maar maken ze gebruik van echolocatie. Ze maken een geluidje en luisteren naar de echo ervan om te achterhalen waar een prooi of object zich bevindt. Uit nieuw onderzoek blijkt dat vleermuizen moeite hebben met grote, vlakke verticale oppervlakten. Wetenschappers plaatsten een metalen verticale of horizontale plaat in een tunnel. Vervolgens lieten ze 21 vleermuizen los in de tunnel.