Categorie: "Prehistorische dieren"

Bloed- en weefselsporen gevonden in dinosaurusbot

Een groep Amerikaanse paleontologen heeft in een tachtig miljoen jaar oud bot van een plantenetende hadrosauriër collageensporen gevonden. Collageen is een belangrijk eiwit en een basisonderdeel van zacht huidweefsel. Behalve collageen troffen de wetenschappers ook nog hemoglobine, elastine en laminine aan in het fossiele dijbeen van de vegetarische gigant uit het Krijt.

Gebruikten primitieve zeeschorpioenen voor het eerst gereedschap?

Vijf jaar geleden ontdekten paleontologen in de Amerikaanse staat Wisconsin een serie raadselachtige fossiele sporen. Nieuw onderzoek onthult het opmerkelijke verhaal achter deze sporen. Paleontologen vermoeden dat de pootafdrukken toebehoren aan archaïsche zeeschorpioenen, dieren die soms groter konden worden dan een volwassen man en pakweg 500 miljoen jaar geleden de wereldzeeën onveilig maakten. De geleedpotigen ademden met behulp van kieuwen, ademhalingsorganen die zich in de staarten van de kruipbeesten bevonden. Hoe kunnen ze dan sporen achtergelaten hebben op het land?

Mosasaurusschedel tijdelijk terug in Maastricht

De mosasaurusschedel die in de jaren zeventig van de achttiende eeuw in de ondergrondse kalksteengroeves van de St.Pietersberg in Maastricht werd gevonden, komt voor even terug naar de Limburgse hoofdstad. Het beroemde fossiel wordt de belangrijkste publiekstrekker van de expositie Darwin, Cuvier et le Grand Animal de Maestricht, die vanaf 8 maart 2009 in het Natuurhistorisch Museum Maastricht te zien zal zijn.

Diprotodon, de prehistorische reuzenwombat

Buideldieren in verschillende soorten en maten zijn tegenwoordig een algemene verschijning in Australië. In het Pleistoceen was dit niet anders, zij het dat deze prehistorische buideldieren meestal wel groter waren dan de huidige vertegenwoordigers van de infraklasse Marsupialia. Een van de indrukwekkendste prehistorische buideldieren was ongetwijfeld Diprotodon.

Lasertechnologie en de reconstructie van dinosauriërs

We kennen allemaal wel de skeletten van al lang uitgestorven dinosauriërs en de artistieke reconstructies die in films en dinoboeken opduiken. Dergelijke, vaak fraaie tekeningen, computeranimaties en modellen zijn echter grotendeels interpretaties die deels gebaseerd zijn op een gezonde portie (wetenschappelijk) giswerk. Vandaar dat de Amerikaan Karl Bates, in samenwerking met een team van Amerikaanse en Britse paleontologen, besloot om gebruik te maken van laserscans en computermodellen om zo tot een meer accurate descriptie van een vijftal museumdinosauriërs te komen.

Basilosaurus, een prehistorische superwalvis

Toen de dinosauriërs op land de dienst uitmaakten, werden de wereldzeeën gedomineerd door gigantische vlees- en visetende reptielen zoals Elasmosaurus, Liopleurodon of Mosasaurus. De massa-extinctie aan het einde van het Krijt werd echter ook deze groep dieren fataal. Nog geen 20 miljoen jaar later waren er echter al volledig aquatische walvissen met vinnen en staartvinnen ontstaan uit hun op het land levende voorouders. Basilosaurus was zonder twijfel een van de grootste en indrukwekkendste primitieve walvissen.

Coelodonta antiquitatis, de behaarde ijstijdneushoorn

Een van de indrukwekkendste dieren uit de laatste ijstijd is zonder twijfel de wolharige neushoorn. Deze massieve grazer zwierf tot ongeveer 10.000 jaar geleden over de uitgestrekte vlaktes en bevroren toendra’s van Europa en Centraal-Azië. Het dier duikt onder meer op in prehistorische grotschilderingen en was dus een tijdgenoot van de vroege mensen.

Vreemd uitziende oerolifant

De oorsprong van de slurfdieren lag in het Eoceen van Noord-Afrika. In tegenstelling tot de moderne Afrikaanse en Aziatische olifanten , waren de eerste Elephantidae niet veel groter dan een varken. Ze misten bovendien de prominente slurf en de imposante slagtanden die we associëren met olifanten of mammoeten. Naarmate het evolutieproces gestaag voortschreed, werden de slurfdieren groter en gingen ze steeds meer lijken op moderne olifanten.

Reuzenslangen zijn niet louter een Hollywoodfantasie

Fantasiedieren
Een slang die net zo lang is als een schoolbus en dik 700 kilogram weegt: dergelijke monsters komen alleen voor in Amerikaanse griezelfilms van twijfelachtig allooi en zijn rechtstreeks ontsproten aan het brein van fantasierijke scriptschrijvers en regisseurs. Niet dus, zo blijkt uit recent paleontologisch onderzoek.