Categorie: "Natuurreizen"

Vriendelijke eilanddraken

landiguanasouthplazaVoor leguanenfans zijn de Galápagoseilanden een absoluut lustoord. Naast de unieke zeeleguaan vind je op de eilanden nog drie leguanensoorten, allemaal dieren die je nergens anders op aarde aantreft. De galápagoslandleguaan (Conolophus subcristatus) is de meest algemene van de drie en komt in totaal op een zestal eilanden voor. De beste plek om de vriendelijk ogende en zeer benaderbare hagedissen in grote aantallen te zien is South Plaza, een eilandje dat maar dertien hectare groot is, maar desondanks een populatie van ruim driehonderd dieren herbergt. Op het moment dat je aanmeert en voet aan wal zet, kun je al meerdere dieren zien liggen, meestal zonnend op een rots of zich onder een enorme cactus lavend aan de vruchten die de stekelige plant heeft laten vallen.

Galápagoslandleguanen zijn forse en robuuste hagedissen die in volwassen vorm een tot anderhalve meter lang kunnen worden. Qua kleur zijn ze vrij variabel, al zijn de meeste dieren wel overwegend geel met zwart (de overheersende kleur verschilt per individu). De keel en oogleden zijn vaak wit, terwijl de ogen rood of oranje van kleur zijn.

Bliksemsnelle rode rotsbewoner

RoderotskrabEen dier dat je niet kunt missen als je aanmeert op een van de Galápagoseilanden is de kleurrijke rode krotskrab (Grapsus grapsus). De dieren doen hun naam dankzij de fraaie rood met oranje lichaamskleur alle eer aan. Jonge dieren zijn overwegend zwart van kleur. De krabben komen voor langs grote delen van de westkust van Latijns-Amerika en op meer geïsoleerde eilanden en eilandgroepen zoals de Galápagosarchipel. Het afgeplatte rugschild van de met acht looppoten en twee poten met scharen uitgeruste dieren is circa acht centimeter lang. Rode rotskrabben zijn bij eb vooral in behoorlijke aantallen op rotsen langs de kust te vinden, plekken waar ze zowel van de warmte en goede schuilplekken (de rotsspleten) kunnen profiteren.

Levende Galápagosfossielen

ReuzenschildpadhooglandenDe Galápagoseilanden ontlenen hun naam aan de grootste reptielen die in de archipel rondlopen, te weten de massieve reuzenschildpadden (Chelonoidis niger). Het oud-Spaanse woord voor landschildpad is namelijk galápago. Ooit liepen enkele honderdduizenden van deze gepantserde giganten rond op de diverse eilanden, maar zoals op meer plekken bracht de komst van de eerste westerse ontdekkingsreizigers en kolonisten dood en verderf. Omdat de schildpadden weken tot maanden zonder water en voedsel kunnen en te traag zijn om te kunnen vluchten, werden ze door zeevaarders massaal aan boord van de schepen geladen om een flinke vleesvoorraad in te slaan. Het resultaat was dat de populatie daalde van een geschatte 250.000 exemplaren in de zestiende eeuw naar drieduizend stuks in de jaren zeventig van de vorige eeuw.

_DSC1387_01Anno 2015 zijn de dociele en imposante reptielen gelukkig wettelijk beschermd, een taak die door de Ecuadoranen meer dan serieus wordt genomen. Exoten die zich opwerpen als concurrenten van de schildpadden (vooral verwilderde geiten) zijn op de meeste eilanden inmiddels nagenoeg uitgeroeid. Daarnaast zijn alle leefgebieden van de reuzenreptielen inmiddels beschermd en zijn er speciale fokcentra waarin landschildpadden worden gekweekt voor een terugkeer naar de natuur.

Charismatische zeeroofdieren

DozingsealionHet dier dat je het vaakst tegenkomt op de enchanted islands is zonder twijfel de galápagoszeeleeuw (Zalophus wollebaeki). Je vindt de zeezoogdieren vooral op de talloze zandstranden die de archipel rijk is, maar ook de meer rotsachtige kusten en menselijke nederzettingen mijden ze zeker niet. Sterker, de zeeleeuwen liggen ook vaak midden op de aanlegsteigers in plaatsen als Puerto Ayora en Puerto Baquerizo Moreno, de twee grootste dorpen van de Galápagoseilanden die zijn gesitueerd op respectievelijk Santa Cruz en San Cristóbal. Op land brengen de zeeleeuwen het grootste deel van de tijd duttend door en bewegen ze hun flippers vooral om af en toe een paar lastige vliegen van zich af te slaan. De dieren liggen vaak in groepjes dicht tegen elkaar aan. Alleen de zogenaamde strandmeester, een dominant en uit de kluiten gewassen mannetje, maakt zich af en toe moe om eventuele rivalen op afstand te houden en de greep op zijn harem te verstevigen. Net zoals het gros van de Galápagosdieren kennen ook de zeeleeuwen geen angst voor mensen. Meestal uit dat zich dat in een luchthartige vorm van nonchalance, maar zeker de wat jongere dieren zijn vaak ook erg speels en nieuwsgierig en komen geregeld naar je toe om te inspecteren welk vreemd wezen nu weer in hun leefgebied is neergestreken.

SealionbullHoewel de zeeleeuwen op land vrij onhandig ogen, zijn het wel ongelooflijk gracieuze zwemmers. Het snorkelen met de intelligente zoogdieren was dan ook een van de hoogtepunten van mijn reis. Het lievelingsspelletje van de zeeleeuwen is recht op je af zwemmen en vervolgens op het laatste moment een scherpe draai naar rechts of links maken. De galápagoszeeleeuw werd lange tijd beschouwd als een ondersoort van de Californische zeeleeuw (Zalophus californianus), maar is in werkelijkheid een aparte soort die alleen voorkomt op de Galápagoseilanden en het dichter bij het Ecuadoriaanse vasteland gelegen Isla de la Plata.

Gevederde clown met blauwe voetjes

DSC_1106_01verkleindEen van de bijzonderste en zeker leukste dieren die ik tijdens mijn recente reis naar de Galápagoseilanden heb mogen bewonderen, is de blauwvoetgent. De zeevogels danken hun naam aan hun fraai gekleurde poten. De mannetjes met de helderblauwste voeten zijn vaak ook de exemplaren die het meest in de smaak vallen bij de geslachtsrijpe vrouwtjes. De blauwvoetgent is een soort die in de Galápagoseilanden redelijk algemeen is en daarnaast nog op een aantal plekken langs de Pacifische kust van Zuid-Amerika voorkomt. De totale wereldpopulatie wordt geschat op zo’n 6500 exemplaren.

Blauwvoetgenten zijn doorgaans monogaam en gaan vaak lange partnerschappen aan. Het baltsritueel is een buitengewoon komisch tafereel en heeft de vogel de Engelse naam blue-footed booby (een verbastering van bobo, het Spaanse woord voor clown) opgeleverd. Om indruk op het vrouwtje te maken, voert de mannetjesvogel een dansje op waarbij het dier met zijn voeten stampt, met zijn vleugels fladdert en tot slot parmantig zijn snavel in de hoogte steekt. Als het vrouwtje geïnteresseerd is in de avances van het wellustige mannetje, beantwoordt ze de versierpogingen van haar vrijer door dezelfde houding aan te nemen. Blauwvoetgenten leggen meestal twee eieren, maar vaak overleeft alleen het jong dat het eerst ter wereld komt. Het oudste jong, dat sowieso al een groeivoorsprong heeft, reageert agressief op de andere kuikens en eist het leeuwendeel van het voorverteerde voedsel dat door de oudervogels wordt aangeboden op. Zeker als het voedselaanbod beperkt is, worden de jongere kuikens vaak gedood door hun oudere broer of zus of bezwijken de zwakkere kuikens simpelweg aan honger en verzwakking. De oudervogels grijpen in dergelijke gevallen niet in en lijken het tweede ei vaak te beschouwen als een verzekering voor het geval het eerstgeboren kuiken komt te overlijden.

Hoewel ze op land grappig en soms wat klunzig ogen, zijn blauwvoetgenten in de lucht uiterst elegante en bekwame jagers. Ze eten vooral vis en vangen hun prooi door zich vanuit de lucht met ware doodsverachting als een kamikazepiloot in zee te storten. Net als de meeste dieren die je aantreft op de Galápagoseilanden hebben ook de blauwvoetgenten geen instinctieve angst voor mensen. Op plekken zoals North Seymour, Los Túneles of Isla Lobos kun je zelfs gewoon langs de nestelende vogels lopen zonder dat de dieren zich iets van je aantrekken. Een heel verschil met Nederland, waar het echt goed bekijken en fotograferen van onze gevederde vrienden meestal alleen mogelijk is met goede verrekijkers en imposante telelenzen.

_DSC1469blauwevoetjes

 

Oog in oog met een zeldzame oceaanreiziger

AlbatrosstatigDe Galápagoseilanden herbergen niet alleen een aantal bijzondere en endemische reptielen, de archipel is ook een paradijs voor zeevogels. Een van de imposantste soorten is ongetwijfeld de galápagosalbatros (Phoebastria irrorata). De rijzige vogels kunnen 90 centimeter lang worden en een vleugelspanwijdte van bijna 2,5 meter bereiken. Opmerkelijk genoeg bevindt de totale broedpopulatie zich op Española, een vrij klein en in geologisch opzicht stokoud eiland in het uiterste zuidoosten van de Galápagosarchipel. Ook op Isla de la Plata, een eiland dichter bij het Ecuadoriaanse vasteland, broeden nog enkele tientallen albatrospaartjes, maar in de praktijk is Española de voortplantingsstek voor ruim negentig procent van de totale wereldpopulatie. Buiten de broedtijd zweven de galápagosalbatrossen boven de blauwe wildernis, ver uit de kusten van Ecuador en Peru.

Galápagosalbatrossen voeden zich voornamelijk met vis, inktvis en schaaldieren en vallen daarom ook vaak ten prooi aan de industriële langelijnvisserij. De paartjes zijn monogaam en blijven erg lang (vaak zelfs hun hele leven) bij elkaar. Het baltsritueel van de galápagosalbatros is een prachtig tafereel. De vogels heffen hun kop op, om vervolgens met hun prachtige gele snavels te klikken en die tegen elkaar aan te wrijven. De eieren worden meestal gelegd tussen april en juni en binnen een tijdsbestek van twee maanden uitgebroed. De paartjes krijgen vrijwel altijd slechts één kuiken. Het jong wordt verzorgd door beide ouders. Als de oudervogels lang op zee zijn om voedsel te zoeken, vormen de kuikens vaak zelfs kleine crèches om zo beter beschermd te zijn tegen de elementen en eventuele roofdieren zoals de galápagosbuizerd. Wat betreft de albatrossen was de timing van ons bezoek aan Española uitstekend. We hadden het voorrecht om veel broedende vogels te zien, terwijl enkele paartjes ook al heel jonge kuikens (zie onderstaande foto) hadden. Hoewel de galápagosalbatrossen lopend een stuntelige indruk maken, stralen ze al vliegend een sierlijkheid en gratie uit die maar door weinig andere wezens op aarde wordt benaderd. Een albatros in vlucht is het vleesgeworden symbool van de ultieme vrijheid die wij als mens vermoedelijk nooit zullen bereiken.

Albatrosmetkuiken

Fascinerende zeedraken


DSC_1648_01Darwin vond het naar eigen zeggen maar lelijke dieren toen hij in de negentiende eeuw neerstreek in de Galapagoseilanden, maar voor mij was het zien van de zeeleguanen als reptielenliefhebber een lang gekoesterde wens die dit jaar eindelijk in vervulling ging tijdens mijn bezoek aan de enchanted islands. Zeeleguanen zijn wel niet de kleurrijkste of meest gracieuze wezens op aarde, het zijn door hun beperkte verspreidingsgebied, evolutionaire geschiedenis en specialistische leefwijze wel zeer bijzondere dieren. Zoals de naam al doet vermoeden is de zeeleguaan (Amblyrhynchus cristatus) de enige hagedis die zich geregeld ophoudt in het ruime sop. De dieren gebruiken de ochtend- en middagwarmte om op te warmen op de donkere lavarotsen of stranden die hun leefgebied vormen. Als ze tussentijds op zoek moeten naar voedsel nemen ze een duik en schrapen ze het zeewier van de rotsen onder het wateroppervlak. De grotere exemplaren kunnen langer onder water blijven omdat ze minder snel warmte verliezen dan de kleinere dieren. Het overtollige zout van het zeewater niezen zeeleguanen uit via hun neusgaten.

Je vindt de zeeleguaan op de meeste eilanden in de Galapagosarchipel in behoorlijke aantallen, maar Isabela en Española herbergen de grootste populaties.

Leguanenparadijs in druk stadshart

GroeneleguaanguayaquilMet circa drie miljoen inwoners is Guayaquil de grootste stad van Ecuador. Hoewel de stad overdag bruist en vooral wordt beheerst door het drukke verkeer, herbergt het stadscentrum een unieke mini-oase voor natuurliefhebbers die even willen ontsnappen aan de grootstedelijke drukte. Het midden in de stad gelegen Parque Seminario (of Bolivar), pal naast de kathedraal, wordt namelijk bewoond door een behoorlijke populatie groene leguanen (Iguana iguana). En de vegetarische hagedissen zitten niet in kooitjes of achter hekken, maar lopen vrolijk rond tussen de bezoekers. De kans bestaat zelfs dat ze naast je komen liggen op een parkbankje of de stenen net naast je voeten uitkiezen als zonplek. Het park huisvest dieren van beide geslachten en uiteenlopende leeftijden, maar de grote mannetjes zijn in de meerderheid en vallen ook het meest op.

Terugkeer uit aards natuurparadijs

ZeeleeuwenEspanolaMisschien vroeg u zich als regelmatige lezer van dit weblog al af waarom het aantal bijdragen de laatste tijd zeer beperkt is. Het antwoord luidt dat ik pas sinds enkele dagen weer terug ben in Nederland. De afgelopen 2,5 weken heb ik namelijk grotendeels doorgebracht op de Galapagoseilanden, de evolutionaire proeftuin van het leven die Charles Darwin de inspiratie gaf voor zijn beroemde en baanbrekende evolutietheorie. Hoewel ik het woord paradijs doorgaans vooral beschouw als een symbolische en utopische term die weinig wortels in de realiteit heeft, komen de enchanting islands wel aardig in de buurt van aardse paradijsjes voor bevlogen natuur- en dierenliefhebbers.

Warm zomerweer brengt tropische vogelverrassingen

Foto: Indische scharrelaar

IndiasescharrelaarDoor het warme zomerweer hebben enkele fraaie vogelsoorten uit meer zuidelijke oorden ook ons land gevonden. In juni vlogen bijvoorbeeld behoorlijk grote groepen vale gieren (in Gelderland was er zelfs sprake van een groep die bestond uit dertig individuen) over het land, terwijl in dezelfde maand ook een scharrelaar neerstreek in het Amsterdamse Waterleidinggebied. Maar het meest opvallend is toch wel het aantal bijeneters dat deze zomer in ons land te vinden is.