Democratie voor dieren

Tussen sympathie en extremisme
Honderdduizenden Nederlanders zijn lid of donateur van het Wereldnatuurfonds, Greenpeace, de Dierenbescherming of één van de talloze andere organisaties die zich inzetten voor de bescherming of het welzijn van dieren. Een kleine 180.000 mensen stemde bij de laatste verkiezingen op de Partij voor de Dieren. Intussen haalt een kleine extreme minderheid van dierenliefhebbers steeds vaker het nieuws vanwege gewelddadige acties, zoals het met brandbommen opblazen van auto’s van bestuursleden van de Amsterdamse beurs. In het boek Democratie voor dieren schetst de filosoof Erno Eskens de geschiedenis van de dierenrechtenbeweging wereldwijd, met bijzondere aandacht voor de ontwikkeling en opkomst van dit fenomeen in Nederland. Eskens was in het verleden hoofdredacteur van Filosofie Magazine en is inmiddels uitgever bij Veen Magazines. Eskens waarschuwt voor de gevaren van dierenextremisme en denkt dat excessen snel uit de hand kunnen lopen. De overheid zou hier harder tegen moeten optreden en meer energie moeten steken in de opsporing van dierenextremisten.

Falende overheid
Tegelijkertijd faalt die overheid volgens de schrijver opzichtig in het stellen van regels aan de bio-industrie en doet de regering veel te weinig om proefdiervrij onderzoek te stimuleren. Bovendien worden regels voor de bio-industrie nauwelijks gecontroleerd of gehandhaafd. Bij grove overtredingen, zoals een paar jaar geleden op de veemarkten in Leeuwarden en Utrecht, weigert het Openbaar Ministerie halsstarrig tot vervolging over te gaan. Eskens pleit voor verbetering van de rechten voor dieren. Hij ziet dat als een logische vervolgstap in de ontwikkeling van de beschaafde mens. Na het racisme en seksisme wordt het tijd dat de mens ook het “soortisme” overwint, stelt Eskens. Dieren die pijn lijden, zouden het recht moeten hebben om daar van gevrijwaard te worden. Dat de mens zich als zelfbenoemd superieur wezen het pijnigen van andere soorten permitteert, getuigt van “soortisme”, stelt de schrijver. Via filosofen en denkers uit de oudheid, middeleeuwen en de romantiek schetst Eskens de eerste verandering in de omgang van de mens met dieren in die laatste periode. De rebelse Franse filosoof Jean-Jacques Rousseau besluit bijvoorbeeld op een gegeven moment zijn hond niet langer te commanderen.

Kwelling
In Nederland wordt op 11 mei 1864 de vereniging ter voorkoming en beteugeling der kwelling en mishandeling van dieren opgericht, die later bekend wordt als de Dierenbescherming. In 1964 begint in Engeland het dierenextremisme met geweld tegen jagers en in 1973 legt The Band of Mercy een farmaceutisch bedrijf in de as.
Twee jaar later schrijft de Australische filosoof Peter Singer de internationale bestseller Animal Liberation. Hij vergelijkt de tirannie die de mens uitoefent over dieren met de eeuwenlange tirannie van blanken over zwarten en spreekt over een moreel en sociaal onrecht dat bestreden moet worden. Animal Liberation wordt de bijbel van de moderne dierenrechtenbeweging. The Band of Mercy verandert in het Animal Liberation Front en vindt in Nederland navolging in het Dierenbevrijdingsfront. Geld komt in het begin, zonder medeweten van het hoofdkantoor, van lokale afdelingen van de Dierenbescherming schrijft Eskens. Ook in Nederland worden uiteindelijk pelsdrogerijen, slachterijen en vrachtwagens in brand gestoken en dieren bevrijd.

Idioot
“Dierenextremisten geven tegenstanders vaak de mogelijkheid om de hele dierenrechtenbeweging als idioot weg te zetten”, zegt Eskens. Terwijl honderdduizenden mensen zich actief inzetten voor dierenrechten en een nog grotere groep hiermee sympathiseert, komt de overheid weg door alleen maar toe te kijken. De mens is er volgens Eskens aan toe om dieren rechten te geven. Dat dit niet gebeurt, komt volgens de schrijver omdat burger, kiezer en consument vakkundig afgeschermd worden van het grootste dierenleed. Zo is volgens Eskens het kijkgat van de grootste slachterij in Nederland dichtgelast, omdat ook de slagers zelf het haast misselijkmakende geautomatiseerde slachtproces niet kunnen aanschouwen. Vlees in de supermarkt is niet langer herkenbaar als dier en roept dus minder emotionele wroeging bij de meeste consumenten op. Het jaarlijks doden van ruim een half miljoen proefdieren gebeurt ook achter gesloten deuren en de gewone burger wordt nauwelijks geïnformeerd over de zin of onzin van dierproeven en de gehanteerde methoden. Het boek Democratie voor dieren verschijnt volgende week bij uitgeverij Contact.

Lees ook:Stelling van de week (4)
Lees ook:Uitgelegde kippen vaak als oud vuil behandeld
Lees ook:Vogels beschoten in Goes
Lees ook:Dierenbescherming wil einde aan afschieten zwerfkatten
Lees ook:Overheid moet otters beter beschermen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naam

Website

Het kan vijf minuten duren voordat nieuwe reacties zichtbaar zijn.