Categorie: "Ecologie"

Laagste aantal kwartelkoningen in Nederland sinds 1980

Foto: Sergey Yeliseev, Wikimedia Commons/CC BY 2.0

266px-CorncrakeHet gaat in Nederland niet zo goed met de kwartelkoning (Crex crex). In 2017 zijn er tot nu toe 36 roepende kwartelkoningen geteld in Nederland. Dit meldt Sovon Vogelonderzoek op basis van twee nachtelijke simultaantellingen en enkele aanvullende meldingen van Waarneming.nl. Sinds 1980 is het aantal waargenomen exemplaren niet meer zo laag geweest. Ruim 80 procent van de waarnemingen komt uit de provincie Groningen en het aangrenzende deel van Drenthe. In het gebied rond de grote rivieren zijn nauwelijks kwartelkoningen gezien of gehoord. Het is zelfs nog maar de vraag of het laagterecord van 41 kwartelkoningen uit 1996 nog gehaald gaat worden. Het is nog deels gissen naar de hoofdoorzaken die ten grondslag liggen aan het lage aantal waarnemingen.

Angst kan kleine prooidierpopulaties decimeren

Alvesgaspar, Wikimedia Commons/CC BY-SA 3.0

266px-Mantid_August_2007-2Nieuwe experimenten lijken uit te wijzen dat alleen de geur van een roofdier al een behoorlijk effect kan hebben op prooidierpopulaties. Wetenschappers verzamelden een aantal populaties fruitvliegen en stelden de beestjes – zowel tijdens als buiten het voortplantingsseizoen – bloot aan de geur van bidsprinkhanen (een geduchte vijand van de fruitvlieg). Vervolgens keken ze hoe het lichaamsgewicht van de fruitvliegen zich ontwikkelde en hoe het met hun vruchtbaarheid ging. De resultaten zijn opmerkelijk. In kleine, kwetsbare populaties was alleen het waarnemen van de geur van een roofdier genoeg om zowel de vruchtbaarheid als de groei van het nageslacht te beperken. Al met al bleek de kans op uitsterven zeven keer groter te worden wanneer kleine populaties fruitvliegen regelmatig de geur van een bidsprinkhaan waarnamen.

Hazelwormenbonanza in NP De Meinweg

Hazelworm100platenZonovergoten zomerdagen waarop het kwik flink oploopt zijn voor de meeste mensen het summum van de zomerperiode. Maar als je een reptiel of herpetoloog bent, is een dag als gisteren, die wel lekker warm, maar niet overdreven zonnig was, een veel aangenamere bedoening. Dat was ook wel te merken aan de controle van de reptielenplaten in Nationaal Park De Meinweg. Dit rondje wordt elke week gelopen om meer zicht te krijgen op de aantallen en verplaatsingspatronen van hazelwormen en slangen op een specifiek perceel. Het biotoop wordt gevormd door een oude inmiddels sterk verruigde akker. De teller stokte uiteindelijk pas bij ruim vijftig hazelwormen (waaronder veel drachtige wijfjes) en drie adders, wat zelfs voor dit reptielrijke stukje Meinweg een formidabele score is.

Slagenarend gezien in natuurgebied Naardermeer

Foto: Ton Holsink

88291_w844_r844-475_962c4fcGisteren is in natuurgebied het Naardermeer een slangenarend gezien. De in Nederland zeldzame vogel werd eerder deze week ook al in de provincie Utrecht gezien. Hoewel er elk jaar wel een aantal Nederlandse waarnemingen van de slangenarend opduiken, wordt het dier in de provincies Noord-Holland en Utrecht maar zelden gezien. De slangenarend dankt zijn naam grotendeels aan zijn prooivoorkeuren. De gevederde jager jaagt namelijk het liefst op slangen en hagedissen.

Borstelworm kan ruim driehonderd jaar oud worden

Nieuw biologisch onderzoek toont aan dat de borstelworm Escarpia laminata een van de langstlevende dieren op aarde is. Dit organisme, dat voorkomt in de Golf van Mexico, kan namelijk ruim driehonderd jaar oud worden. Onderzoekers verzamelden 356 borstelwormen op verschillende plekken in de Golf van Mexico en keken hoe hard deze in een jaar tijd groeiden. Vervolgens konden ze op basis van de jaarlijkse groeisnelheid schatten hoe oud de verschillende wormen waren. Zo is een Escarpia laminata van zo’n vijftig centimeter lang naar schatting 202 jaar oud. Maar er zijn ook grotere Escarpia laminata aangetroffen die waarschijnlijk meer dan drie eeuwen oud zijn. Het is ook zeker niet uitgesloten dat er nog grotere en dus oudere exemplaren bestaan. De studie toont tevens aan dat de sterftecijfers onder de soort erg laag liggen.

Het onverwoestbare beerdiertje

Willow Gabriel, Goldstein Lab, Wikimedia Commons/CC BY-SA 2.5

266px-HypsibiusdujardiniDe mens ziet zichzelf graag als het kroonjuweel van de evolutie (of de schepping voor diegenen onder ons die het wat minder op de wetenschap hebben). Toch steken we als overlevers tamelijk schril af bij de microscopisch kleine beerdiertjes. Een nieuw onderzoek dat is uitgevoerd door wetenschappers van de universiteiten van Harvard en Oxford toont namelijk aan dat dit wezen doemscenario’s als een planetoïde-inslag, een supernova-explosie en een gammaflits goed kan overleven. Pas als de zon sterft, zullen ook de beerdiertjes het onderspit delven. Het komt erop neer dat de beestjes dus nog zeker 10 miljard jaar mee kan: aanzienlijk langer dan de mens en alle andere complexe levensvormen op aarde.

Jonge muurhagedissen vroeg door warm weer

Foto: Marie-Lan Nguyen , Wikimedia Commons/CC BY 2.5

266px-Podarcis_muralis_Auvergne_2013-04-02_n02Het warme weer in mei en juni heeft de muurhagedissen (Podarcis muralis) in Maastricht en omstreken geen windeieren gelegd. Vorige week zijn in de Limburgse provinciehoofdstad namelijk al de eerste jonge hagedisjes gezien. Dat is vrij vroeg, al hangt het tijdstip van paren en het afzetten van eieren bij deze warmteminnende soort sterk af van de temperatuur. Paringen vinden plaats vanaf eind april en in mei; een maand na de paring worden de bevruchtte eieren afgezet en nog eens zes tot tien weken later sluipen de jonkies uit hun ei. Gedurende de zomer worden er steeds meer juvenielen gezien, totdat het echt herfst wordt en de jonge dieren zich gaan terugtrekken om in winterslaap te gaan. Bij zonnig weer kunnen echter tot laat in november (en soms zelfs december) nog jonge dieren in het veld worden aangetroffen. Vooral de eitjes die vroeg gelegd zijn of op een erg zonnige plek liggen, ontwikkelen zich snel en kunnen bij gunstige weersomstandigheden reeds in juli uitkomen.

Tyrannosaurus rex kon niet heel snel rennen

TrixkopIn tegenstelling tot wat een film als Jurassic Park ons wil doen geloven, was Tyrannosaurus rex zeker geen sprintwonder. De vleesetende reus haalde hoogstwaarschijnlijk maximumsnelheden van circa twintig kilometer per uur. Als de Tyrannosaurus veel harder zou rennen, had het dier vermoedelijk zijn benen gebroken. Dat blijkt uit een dinsdag gepresenteerde studie van de University of Manchester en een onderzoekscentrum in Leipzig.

Minder schollen waargenomen in Oosterschelde

Foto: Hans Hillewaert, Wikimedia Commons/CC BY-SA 4.0

266px-Pleuronectes_platessaSinds 1994 is de schol (Pleuronectes platessa) in de Oosterschelde nog nooit zo weinig waargenomen door duikers als in 2016. Dat laat Stichting ANEMOON weten in een bericht op NatureToday. De platvissen, die vooral leven op zand- en slikbodems, gebruiken het Nederlandse kustgebied, de Waddenzee en de Oosterschelde als kraam- en kinderkamer. Sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw neemt de schol in de Waddenzee langzaam in aantal af. Nu is dus bekend dat de schol ook in de Oosterschelde steeds minder wordt gezien. De oorzaak hiervoor moet hoogstwaarschijnlijk worden gezocht in de stijgende watertemperatuur die de laatste jaren ‘s zomers optreedt in de ondiepere kustwateren. Hoe hoger de temperatuur, des te hoger de stofwisseling van de koudbloedige vissen.

Leeuwin adopteert luipaardwelp

Leeuwinmoremi-300x200Normaal gesproken zijn leeuwen en luipaarden verwoede rivalen en deinzen leeuwinnen er vaak niet voor terug om hun kleinere familiegenoten te doden. Soms komt het echter voor dat het moederinstinct de overhand krijgt en een leeuwin een jong van een andere diersoort adopteert. Recent opgedoken beelden uit Tanzania vertellen een dergelijk verhaal. De wilde leeuwin Nosikitok heeft in het Oost-Afrikaanse land namelijk een verweesd luipaardjong geadopteerd. Omdat de grote roofkat recentelijk zelf welpen ter wereld heeft gebracht, is ze fysiek helemaal ingesteld op het verzorgen en zogen van een jong. De kleine luipaard past bovendien prima in het plaatje omdat hij bijna net zo oud is als de leeuwenwelpen en er ook qua uiterlijk en gedrag natuurlijk wel oppervlakkige overeenkomsten zijn. De leeuwin is lichamelijk dus perfect in staat om voor het luipaardjong te zorgen.