Zweden opent jacht op wolven

480px-Canis_lupus_layingTe veel wolven?
In Zweden wordt vandaag voor het eerst in 45 jaar de jacht op wolven geopend. Van de naar schatting tweehonderd wolven mogen er 27 worden afgeschoten. De autoriteiten zeggen dat het wolvenbestand te groot is geworden. Een drogreden en stuitende contradictio in terminis: want als het land en prooidierenbestand werkelijk te beperkt zouden zijn voor de Zweedse wolvenpopulatie, zouden de wolvenroedels vanzelf uitgedund worden door natuurlijke sterfgevallen. De ware reden om tot de jacht over te gaan is veel simpeler: lafhartige plezierjagers willen hun opgeblazen ego’s strelen en de concurrentie beperken door een van de weinige superpredatoren die Europa nog heeft te vellen met hun kogels. Dat levert immers sterke verhalen bij het kampvuur op. Jagers vergeten er echter bij te vertellen dat de wolven geen faire kans wordt gegund, aangezien ze van afstand worden beschoten en geen eerlijk gevecht met hun belagers kunnen aangaan.

Beperkingen
De Zweedse regering, die recentelijk heeft besloten dat het Zweedse wolvenbestand de bovengrens van 210 exemplaren niet mag overschrijden, heeft wel een aantal jachtbeperkingen opgesteld. De tienduizend jagers mogen niet lukraak wolven afschieten. Ze moeten elk uur bij een centraal registratiepunt informeren of de limiet al is bereikt. De Zweedse dierenbescherming is woedend over de wolvenjacht en stapt daarom naar de Europese Commissie. De wolvenjacht is namelijk in strijd met de Europese wetgeving die de wolf classificeert als een ‘beschermde en zeer kwetsbare diersoort’. Met 250 dieren is de Zweedse wolvenpopulatie nog steeds te kwetsbaar om er de jacht op te kunnen openen. Gunnar Gloersson van de Zweedse Jagersvereniging is daarentegen enthousiast. Hij vindt de wolven een gevaar voor rendieren en jachthonden. Pertinente onzin, want wolven vergrijpen zich meestal alleen aan gedomesticeerde dieren als hun natuurlijke leefgebied te klein of prooiarm wordt. Maar het is de vraag of het überhaupt gaat lukken om de wolven te vinden. Dat hangt af van de sneeuwval. “De enige gemakkelijke manier om op de wolven te jagen, is als er sneeuw ligt. Dan kunnen de jagers de wolven opsporen. Zonder sneeuw gaat het nog moeilijk worden het quotum van 27 wolven te halen.”

Update: De Zweedse jagersmeute heeft inmiddels al twintig wolven geschoten.


Lees ook:Zweden gaat jacht op beperkt aantal wolven toestaan
Lees ook:Wolvenroedel doodgeschoten in Zweedse dierentuin
Lees ook:Amoureus onderonsje met gedomesticeerde hond leidde tot zwarte wolven
Lees ook:Wolf rukt op richting Nederland
Lees ook:EU gaat zich inzetten voor betere bescherming van haaien

Heb jij Dieren.Blog nog steeds niet toegevoegd aan je Google homepage of Reader? Klik hier!


  • Geplaatst door Stefaan op 20 januari 2010 om 11:40

    Waarom weer zo een reactie op de jagers?
    Lafhartige plezierjager?? opgeblazen ego’s??
    Eerlijke kans? Ook “natuurbeschermers” behoren tot de mensheid één van de zwakste zoogdieren op aarde! Wat is dan een faire kans die gegund moet worden?
    Het is toch de zweedse overheid die de toelating heeft gegeven om de bejaging weer toe te laten!!
    Jagers alleen kunnen zo’n toelating niet zelf tot stand brengen!!
    Ik als jager ben van mening dat beide partijen eens goed hun verstand gebruiken en samen werken aan natuurbeheer. Want een bestand zal automatisch in stand gehouden worden door de natuur zelf is een fabeltje waar de mens al te veel diersoorten aan verloren heeft!!!!

  • Geplaatst door Frank Heinen op 20 januari 2010 om 15:54

    Beste Stefaan,

    -Wat betreft de typeringen die ik in het verhaal heb gebruikt: met een faire kans bedoel ik dat het dier de mogelijkheid heeft om zich te verweren tegen zijn belagers of een goede kans heeft om te ontkomen. En dat is bij bejaging met vuurwapens niet het geval. Grazers (zelfs pasgeboren dieren) die belaagd worden door roofdieren ontkomen vaak of hebben de kans om in ieder geval een gevecht met hun belagers aan te gaan, terwijl menselijke jagers hun doelwit veilig vanuit de bosjes of een voertuig vellen. Daarom gebruik ik ook de term lafhartig: er is weinig moed en kunde voor nodig om een dier in de sneeuw op te sporen en vervolgens op veilige afstand onder vuur te nemen met behulp van een scherp vizier of een hagelbuks. Dat is net zo dapper als een weerloze pup een schop verkopen. Wat betreft opgeblazen ego’s: hoe moet je anders figuren omschrijven die trots en zelfvoldaan poseren naast het levenloze kadaver van een magnifieke leeuw, olifant, neushoorn, beer of wolf of hun muren vol hebben hangen met dierenhoofden? Daarom ben ik ook fel gekant tegen de plezierjacht. Ik heb er niets op tegen als roofdieren of jagers/verzamelaars prooidieren buitmaken om in hun directe levensonderhoud te kunnen voorzien. Maar ik kan geen begrip of respect opbrengen voor mensen die genieten van het opjagen en doden van dieren.
    -Diersoorten gaan niet verloren door de natuur, maar vooral door menselijk ingrijpen in de natuur. Een natuurgebied dat volledig door mensen met rust gelaten wordt, beschikt over een perfect uitgekiend systeem van checks and balances dat het voortbestaan van nagenoeg elke soort binnen dat ecosysteem garandeert. Problemen ontstaan als bepaalde componenten van dat ecosysteem (planten, herbivoren, roofdieren, bodem etc.) door de mens aangetast of vernietigd worden. Dat is ook de fundamentele zwakheid van de redeneringen waar jagers graag op teruggrijpen: ze zeggen op bepaalde diersoorten te jagen om de populaties onder controle te houden, maar willen ook maar al te graag schieten op de carnivoren (zoals vossen en wolven) die ervoor zorgen dat prooidierbestanden niet ongebreideld groeien. De wolvenjacht in Zweden heeft overigens ook weinig met natuurbeheer te maken, maar kent vooral een economische achtergrond. De belangrijkste reden voor de jacht is de bescherming van tienduizenden gedomesticeerde rendieren, niet het handhaven van de natuurlijke balans. Die wordt namelijk verstoord doordat de rendierhouders massaal wolventerritoria binnentrekken. Het is ook onzin dat het wolvenbestand in Zweden te groot is geworden om een natuurlijk draagvlak voor verdere groei te garanderen. Het land telt circa 250.000 elanden (de helft van de totale Europese populatie), een nog grotere populatie reewild (bijna een miljoen exemplaren) en kleinere aantallen edel- en damherten. Meer dan genoeg prooidieren dus voor een wolvenpopulatie die vele malen groter is dan de huidige.

  • Geplaatst door Stefaan op 20 januari 2010 om 16:57

    Beste Frank,
    ik denk dat ook u ervan bewust bent dat dergelijke diersoorten zoals wolven niet eenvoudig voor de ogen, lens of loop te krijgen zijn, ook in de sneeuw niet.En doet de mens niet bijna alles vanop een veilige afstand? Ik denk ook niet dat het de bedoeling is om bv een koe met hand of mes om het leven te brengen om vervolgens op te eten. Het wapen komt hier van pas om een snellere dood te garanderen en het dier niet te laten afzien. Het schieten vanop een afstand komt voor alleen maar omdat dieren een betere reukzin en zicht hebben dan mensen en dat je dus niet dichterbij raakt, voor sommige dieren is de afstand er ook voor de veiligheid voor de jager en zijn begelijder.

    Dieren zijn nu eenmaal sterker dan ons!
    Een pasgeboren grazer loopt na enkele uren een mens doet er ong een jaar over!

    Uw reactie op de foto’s van jagers naast hun trofe kan ik begrijpen, het is en blijft nog altijd een aandenken van dat moment.

    Door mijn ervaring als natuurfotograaf en ervaring bij natuurpunt denk ik ook dat je niet alle jagers over de zelfde kam mag scheren!
    Er zijn er een hele boel die wel hun best doen om aan een goed natuurbeheer te doen. Die uren spenderen in de bossen om zwakkere dieren te strekken ( we blijven jagers )en de dieren te voederen tijdens de winter zodat ze deze zware periode beter doorkomen. Regels die we opzelf opleggen of regels die we helpen opstellen met natuurorganisaties om zo sommige diersoorten te beschermen.

    Ook vergeet je het geld dat de jagers met zich meebrengen om daar te mogen jagen, dat dan gebruikt word om bestanden en wildparken te beschermen tegen stropers en andere menselijke gevaren. ( Rangers in wildparken in afrika worden voor 60 % betaald door het jachttoerisme en de rest door de plaatselijke overheid! )

    En over de natuur kunnen we het vrij kort houden!
    Er is niet veel natuur meer over waar de mens geen inzeg in heeft. Al zijn het jagers, natuurliefhebbers, landbouwers, houtontginners of rendierhouders die erdoor trekken.
    Het is allemaal een spijtige zaak voor de natuur.
    Maar zo was de mens, zo is de mens en zo zal hij ook blijven.
    Daarom zei ik ook dat het een fabeltje was.

    Maar ik zie niet in dat de jacht een slechte zaak is. Het is er ook altijd geweest.

    En bijna elk geschoten stuk word verkocht aan de vleeshandel, hotels, restaurants of aan de plaatselijke bevolking gegeven om gegeten te worden. Hierdoor zie ik het kwaad van de jacht ook niet in.

    We kunnen wel stellen dat we op dit gebied gelijkgestemd zijn dat we de natuur in zijn oorsprongkelijkheid zo goed mogelijk moeten beschermen. Om zowel nog van haar vruchten te kunnen genieten, als ons op alle gebiet in leven te houden.

    Zowel jagers als persoonen als u moet beter samen werken en realistischer de zaak bekijken en toegevingen doen.

    We hebben naar mijn mening te lang kat en muis spel gespeeld!

    • Frank Heinen:
      30 januari 2010 om 16:11

      Beste Stefaan,

      Op zich is het inderdaad niet zo gemakkelijk om een wolf op te sporen. Maar wel als meer dan 11.000 jagers op pad zijn in een beperkt gebied en contact met elkaar onderhouden via satteliettelefoons. Zwijnen en vossen worden vaak naar voederplaatsen gelokt, waar ze niet meer dan nietsvermoedende schietschijven zijn. Wat betreft die snelle dood: veel jagers zijn middelmatige schutters en raken hun doelwit meermaals alvorens pas het fatale schot af te vuren. En de definitie ‘faire kans’ is niet door mij bedacht, maar wordt veelal door jagers zelf aangehaald. U geeft zelf al aan dat dieren van nature sterker zijn dan mensen: kunnen we dit dan niet gewoon respecteren, of moeten we, verblind door onze eigen grootheidswaanzin, een eind maken aan deze situatie door ons technologisch vernuft aan te wenden voor de zinloze doding van diezelfde dieren? Ik vind de plezierjacht een verwerpelijk en overbodig fenomeen, en wel om de volgende redenen.
      -De mens heeft niet het recht om een dier te doden louter voor zijn plezier. Dieren behoren met rust te worden gelaten en zij dienen de kans te krijgen om in vrijheid te leven en te sterven.
      -Vanuit het oogpunt van populatiebeheer is de jacht overbodig. Door de natuur haar gang te laten gaan en roofdieren met rust te laten, kan de natuur dat prima zelf. Bovendien is de jacht meestal niet meer dan symptoombestrijding, die niet bijdraagt aan het oplossen van het achterliggende probleem. Het is al meermaals bewezen dat wel of niet jagen weinig invloed heeft op dierenpopulaties. Als ze fanatiek bejaagd worden, gaan bijvoorbeeld hazen en konijnen zich ook sneller voortplanten. Bovendien zijn er tal van alternatieve maatregelen mogelijk om eventuele belangrijke landbouwschade of gevaar voor de openbare veiligheid te voorkomen of te beperken, zoals verjagende en werende middelen (ecoducten, tunnels, schrikdraad etc.).
      -Bij het beheer van populaties van grof wild (herten, reeën, wilde zwijnen) wordt er door de jagers gestreefd naar een zo hoog mogelijke, jaarlijkse afschot (door bijvoeren, het afschieten van mannelijke dieren, etc.). Dit noem ik geen verantwoord faunabeheer; dat is een vorm van extensieve veehouderij.
      -Het jagen op dieren veroorzaakt grote onrust in de natuur. Niet alleen de soorten waarop wordt gejaagd, maar alle diersoorten worden ernstig verstoord door de jager, zijn hond en de knallen van het geweer. Afval (kunststof patroonhulzen) wordt heel vaak niet opgeruimd.
      -Wilde dieren zijn een onderdeel van het ecosysteem. Zij moeten niet worden gedegradeerd tot scharrelvlees. Driekwart van Nederland is al ingericht voor de voedselproductie en honderden kilo’s vlees belanden jaarlijks in de vuilnisbak. Dan dient er niet ook nog eens te worden ‘geoogst’ uit de natuur ten behoeve van menselijke consumptie.
      -Wat betreft Afrika: het geld van jagers financiert hier inderdaad deels natuurbescherming, maar het aandeel van jachtgelden is een stuk kleiner dan u suggereert. In gebieden die de status genieten van nationaal park (bijv. Kruger, Chobe, Serengeti, Masai Mara, Queen Elizabeth NP, South Luangwa etc.) is jacht verboden. Juist in deze parken lopen de meeste rangers rond, mensen die dus niet betaald worden met jagersgeld, maar door de overheid of de inkomsten uit ecotoerisme. De gebieden waar wel gejaagd mag worden, zijn meestal privéreservaten. In veel van deze gebieden is het oorspronkelijke wildbestand geherintroduceerd, aangezien jagers de oorspronkelijke dieren juist hebben uitgeroeid. Wat betreft de econimische waarde van de Afrikaanse trofeeënjacht: Een gemaande leeuw levert als jachttrofee eenmalig circa 5000-10.000 dollar op. Als toeristenmagneet brengt hetzelfde dier gedurende zijn leven al gauw het tienvoudige in het laatje. Per persoon brengt de jacht meer op dan het ecotoerisme, maar doordat er veel meer ecotoeristen dan jagers zijn, is het economische belang van ecotoerisme veel groter. Bejaagde dieren worden bovendien schuw, waardoor ze zich minder makkelijk laten zien. Dit betekent vanuit toeristisch/economisch oogpunt inkomstenderving. Om maar te zwijgen over het morele/ethische aspect van de trofeeënjacht.

Geef een reactie